Bemiddelingsadvies BC Markt II 10.003 en Markt II 10.004

Sector: welzijn

Trefwoorden: verkiezingen ondernemingsraad, werknemersbegrip, kosten deskundige, vertrouwensbreuk

Twee bemiddelingsverzoeken tussen dezelfde partijen zijn ingediend omdat enerzijds de bestuurder van mening is dat de OR van rechtswege eindigt na zijn termijn en anderzijds omdat de bestuurder de factuur niet wil betalen van de juridisch adviseur van de ondernemingsraad.

Kern van het geschil
Een organisatie betrokken bij de re-integratie van uitkeringsgerechtigden naar de arbeidsmarkt heeft te maken met een krimp van het personeelsbestand ten gevolge van aangepaste regelgeving van de gemeente. Waar voorheen uitkeringsgerechtigden bij de organisatie in dienst traden worden zij nu met behoud van uitkering bij de organisatie te werk gesteld op “detacheringbasis”. De bestuurder meent dat het aantal mede-werkers bij het einde van de zittingstermijn van de OR minder dan 50 bedraagt en stelt daarom dat de OR van rechtswege ophoudt te bestaan. De OR is van mening dat er meer dan 50 mensen werkzaam zijn in de organisatie en stelt dat er verkiezingen gehouden moeten worden voor een nieuwe OR.

Voor wat betreft de factuur van de rechtsbijstandverlener van de OR heeft de bestuurder aangegeven dat er geen akkoord is gegeven voor het inschakelen van deze jurist. De bestuurder voelt zich daarom niet verplicht de factuur te betalen.

Advies van de commissie
De commissie heeft geconstateerd dat voorafgaand aan deze discussie er een vertrouwensbreuk is ontstaan tussen partijen waardoor de medezeggenschap niet constructief verloopt. Gezien de daling van het aantal mensen dat op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is in de organisatie en de redenen die daaraan ten grondslag liggen (gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen in de markt), verwacht de commissie dat gedurende langere tijd het aantal personeelsleden onder de 50 werknemers zal blijven. De commissie acht onder die omstandigheden verkiezingen voor een nieuwe OR niet reëel, maar adviseert de bestuurder wel dringend om een vorm van medezeggenschap in te voeren, te weten een personeelsvertegenwoordiging.

Ten aanzien van de kosten van de rechtsbijstandsverlening aan de OR, is de commissie van mening dat de bestuurder de factuur dient te betalen. Zij overweegt dat zeker gezien de situatie waarin de OR zich bevindt het reëel is dat hij zich laat informeren/ondersteunen door een juridisch adviseur.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore