Bemiddelingsadvies BC Markt II 10.008

Sector: onderwijs

Trefwoorden: decentrale medezeggenschapmedezeggenschapsorgaan

Vanwege de organisatiestructuur bij een onderwijsinstelling is er onduidelijkheid over de toepassing van het advies- en instemmingsrecht.

Kern van het geschil
Partijen hebben gezamenlijk een probleem voorgelegd aan de bedrijfscommissie. Het gaat om een grote onderneming met verschillende divisies. De leidinggevenden van de divisies hebben een eigen bevoegdheid om beslissingen te nemen. Alleen op centraal niveau is een medezeggenschapsorgaan. Doordat er op decentraal niveau beslissingen worden genomen heeft de ondernemingsraad het idee achter de feiten aan te lopen. Bij geen van de partijen bestaat de behoefte om het aantal medezeggenschapsorganen uit te breiden.

Overweging van de commissie
De commissie merkt op dat de medezeggenschap op decentraal niveau onvoldoende is geregeld omdat er onwetendheid bestaat over de verplichtingen op grond van de WOR. Voor de decentrale bestuurders is niet duidelijk dat ook zij zaken moeten melden bij de OR. Ten gevolge hiervan gebeurt het vaak dat de OR pas achteraf wordt geïnformeerd, derhalve nadat een besluit op decentraal niveau is genomen en het al wordt uitgevoerd. De OR wordt dan door het personeel geïnformeerd. De bestuurder op centraal niveau loopt vervolgens tegen het probleem aan dat deze besluiten niet op centraal niveau genomen zijn, maar op decentraal niveau, en hij daardoor geen gesprekspartner is voor de OR ten aanzien van deze besluiten.

Advies van de commissie
Meedenkend met de wensen van partijen om geen decentrale zeggenschapslagen aan te brengen heeft de commissie geadviseerd om de decentrale leiding erop te wijzen de voorgenomen beslissingen in de zin van de WOR standaard te melden aan de OR op centraal niveau. Het is vervolgens aan de OR om bij voorgenomen besluiten aan te geven of hij zijn advies-/ instemmingsrecht uit wil oefenen. De bestuurder op centraal niveau treedt dan op als gesprekspartner voor de OR waarbij de decentrale leiding als deskundige bij het overleg tussen de bestuurder en de OR aanwezig is. Bij twijfel dient de leiding het altijd te melden.

NB
Door de bestuurder en de OR van deze onderneming is expliciet aangegeven dat een uitbreiding van medezeggenschapsorganen, bijvoorbeeld door onderdeelcommissies, niet wenselijk is. In die lijn heeft de commissie meegedacht omdat er in deze situatie mogelijkheden bestonden om goede medezeggenschap te regelen zonder uitbreiding van het aantal organen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore