Bemiddelingsadvies BC Markt II 10.015

Sector: welzijn

Trefwoorden: instemmingsrecht , werklastondernemingsovereenkomst

Het meningsverschil speelt zich af in een organisatie die zich bezighoudt met de zorg voor ‘probleemjongeren’. Elke medewerker krijgt een aantal zaken toebedeeld (onder toezicht gestelde jongeren). In 2009 hebben de bestuurder en ondernemingsraad een norm vastgesteld voor het aantal zaken per fulltime medewerker.

Kern van het geschil
In verband met verslechterde financiële omstandigheden heeft de bestuurder de regeling inzake de werklast gewijzigd door het aantal zaken per fulltime medewerker naar boven bij te stellen. De ondernemingsraad vindt het onterecht dat de bestuurder de problematiek bij de werknemers legt door de werklast te verhogen en stelt tevens dat de wijziging in strijd is met de afspraken zoals deze in 2009 zijn gemaakt ter uitvoering van de cao-afspraak. De ondernemingsraad heeft geweigerd in te stemmen met de voorgestelde wijziging en heeft de nietigheid van het besluit ingeroepen. De ondernemingsraad stelt dat de in 2009 gemaakte afspraken het karakter van een ondernemingsovereenkomst in de zin van artikel 32, tweede lid, van de WOR hebben en dat wijziging van deze afspraken uitsluitend kan geschieden indien partijen dit overeenkomen, dan wel indien komt vast te staan dat instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Overweging van de commissie
De geschillencommissie geeft aan dat het geschil in feite een interpretatiegeschil rond de van toepassing zijnde cao betreft, terwijl de commissie zich dient te beperken tot bemiddeling op grond van de WOR. Het geschil is verergerd doordat het besluit al werd uitgevoerd, terwijl de instemming van de ondernemingsraad ontbrak. Alternatieven om de financiële problemen het hoofd te bieden zijn niet in het overleg tussen partijen aan de orde geweest.

Advies van de commissie
De commissie adviseert een adempauze in te lassen totdat in onderling overleg een datum voor vervolgoverleg is vastgesteld. Gedurende deze periode zal bij toewijzing van nieuwe casussen uitgegaan worden van de afspraken die in 2009 zijn gemaakt. De commissie adviseert verder om constructief met elkaar te overleggen en geeft daarbij een aantal zaken (1) aan die in ieder geval in dit overleg dienen te worden betrokken. De afspraken die uit dit overleg voortvloeien dienen regelmatig te worden geëvalueerd, waarvoor partijen een termijn dienen vast te stellen. 


  1. In casu ging het bijvoorbeeld om een alternatieve wijze om de financiële problemen van de organisatie te ondervangen, de vraag of een bepaalde methodiek nog wel toegepast zou moeten worden en of bestaande afspraken over de gelijke behandeling van eenjarige en meerjarige ‘ondertoezichtgestelden’ aanpassing behoeven.
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore