Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.026

Sector: vervoer en logistiek

Trefwoorden: instemming, pensioen, geen ruimte tot bemiddeling

Kern van het geschil
De OR verleent geen instemming met twee door de bestuurder voorgenomen pensioengerelateerde besluiten.
De BC Markt I acht bemiddeling niet zinvol en neemt het verzoek niet in behandeling.

Beschrijving kwestie
Het verzoek betreft twee pensioengerelateerde onderwerpen waarvoor de OR instemming heeft geweigerd en waarover al eerder de voormalige BC voor Vervoer en Logistiek om advies is gevraagd. Die bemiddelings-poging is niet geslaagd. Bestuurder heeft daarna bij de kantonrechter om vervangende instemming verzocht, maar is hierin niet ontvankelijk verklaard, wegens het feit dat het verzoek buiten de termijn van artikel 36, lid 4 WOR (binnen 30 dagen na het advies van de bedrijfscommissie) is gedaan. Bestuurder heeft tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld*.

Bestuurder legt de twee pensioengerelateerde onderwerpen in mei 2011 wederom ter instemming voor aan de OR. De OR reageert dat hij slechts gedeeltelijk en ook nog voorwaardelijk met de besluiten kan instemmen. De gestelde voorwaarde is voor bestuurder niet acceptabel, zodat de kwestie weer niet in overleg tussen de bestuurder en de OR kan worden opgelost. De impasse tussen partijen duurt dus voort.
Daarna wendt bestuurder zich opnieuw tot de bedrijfscommissie (thans BC Markt I) en geeft in het verzoekschrift aan zich te kunnen voorstellen dat de BC Markt I een (hernieuwde) bemiddelingspoging niet zinvol acht, gezien de eerder (door de BC voor Vervoer en Logistiek) afgegeven zienswijze en het feit dat er geen nieuwe feiten en argumenten gelden. Ook de OR merkt in zijn reactie op zich te kunnen voorstellen dat de BC Markt I bemiddeling niet zinvol acht.

Overwegingen en standpunt BC Markt I
De BC Markt I constateert dat de genoemde voorgenomen besluiten partijen al sinds het najaar van 2009 verdeeld houden. Uit de processtukken komt naar voren dat partijen in deze periode niet nader tot elkaar zijn gekomen. De BC Markt I ziet in de opstelling van partijen onvoldoende aanknopingspunten om alsnog tot een geslaagde bemiddeling te kunnen komen. Ook de gedane uitlatingen van partijen ten aanzien van het bemiddelingsverzoek duiden in deze richting. Gelet op de situatie zijn partijen het meest gebaat bij een decisieve rechterlijke uitspraak op zo kort mogelijke termijn. De BC Markt I besluit daarom het verzoek niet in behandeling te nemen.

*Gepubliceerd over rechterlijke procedure
Over de uitspraak van het gerechtshof te Den Haag is een aantal publicaties verschenen. In hoger beroep heeft het Hof geoordeeld dat de termijn van art. 36, lid 4 WOR van openbare orde is en dat het daarom in alle stadia van het geding kan worden ingeroepen. Het Hof oordeelde ook dat de OR geen misbruik van recht maakt noch handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid door pas in een laat stadium de niet-ontvankelijkheid in te roepen . Verder is een beroep van een procespartij op termijnoverschrijding niet noodzakelijk. Gerechtshof ’s-Gravenhage, 29 november 2011, nr. 200.089.076/01, LJN BU7160.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore