Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.028

Sector: personenvervoer

Trefwoorden: kosten, (verplichte) opleiding, instemmingsrecht

Kern van het geschil
Bestuurder wil de verplichte opleiding waarmee de chauffeurs de vakbekwaamheid behalen en de nascholing volgen aanpassen. Het betreft de opleiding waarmee de zogenaamde Code 95 wordt behaald, benodigd om een bus met passagiers te mogen besturen. De COR stemt niet in met de door bestuurder voorgestelde aanpassingen.

Standpunten partijen
Bestuurder vindt dat aanpassing van de opleiding nodig is, omdat de tot dan toe geldende fiscale faciliteiten versoberd worden en omdat de ESF-subsidie, waar gebruik van wordt gemaakt, slechts tijdelijk is. Voortzetting van de huidige regeling is bedrijfseconomisch onverantwoord volgens hem. Hij stelt voor om het aantal scholingsdagen te verminderen en een deel van de dagen voor rekening van de chauffeurs te laten komen. Met dit voorstel zegt hij het maximaal haalbare te bieden en het verlies van de fiscale faciliteiten eerlijk verdeeld te hebben, daarbij rekening houdend met de diplomatoeslag die de chauffeurs krijgen.
Volgens de COR heeft bestuurder eerder bepaalde toezeggingen gedaan, die niet stroken met het voorstel. De COR kan wel met de wijziging instemmen, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Zo dient de met de vakbonden afgesproken faciliteitenregeling voortgezet te worden en dient de opleiding als een categorie I opleiding in de zin van bijlage 24 van de cao Openbaar Vervoer te worden erkend (daarmee is het een opleiding die voor rekening van werkgever komt). Bestuurder is niet op het voorstel van de COR ingegaan,
reden waarom deze laatste geen instemming verleent.

Verloop van de procedure
Partijen zijn driemaal op zitting geweest, waarbij de kwestie met de commissie is besproken en telkens door partijen is aangehouden. Tijdens de zittingen zijn meerdere oplossingen geschetst en hebben partijen deze tijdens een schorsing nader besproken. In de daarna en tussendoor geplande overlegvergaderingen zetten partijen het overleg voort. De commissie werd op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen.

Tijdens de derde zitting bleek dat de COR bezwaren had bij het opleidingsplan dat door bestuurder na de tweede zitting is opgesteld en daarna onderwerp van gesprek is geweest tussen partijen. De bezwaren zijn nader besproken, alsook andere zaken uit het opleidingsplan. Partijen spraken af dit nader te bespreken, ook bij de daarna geplande overlegvergadering, waarna de bedrijfscommissie is bericht dat partijen in gesprek waren. Uiteindelijk heeft bestuurder de commissie bericht dat indien de eerstvolgende overlegvergadering niet het
gewenste resultaat tot gevolg zou hebben, de stap naar de kantonrechter zou volgen. Verdere bemiddeling van de bedrijfscommissie was volgens bestuurder niet nodig. Omdat er geen vervolgactie werd gevraagd, heeft de bedrijfscommissie geen advies opgesteld. De commissie heeft partijen gevraagd om op de hoogte te worden gehouden van het overleg en eventuele andere ontwikkelingen.

Niets meer van partijen gehoord hebbende, heeft de bedrijfscommissie partijen zes maanden later bericht de kwestie als afgerond te beschouwen. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore