Bemiddelingsadvies BC Markt I 11.033

Sector: personenvervoer

Trefwoordenarbeidsomstandigheden, instemmingsrechtpilot

Kern van het geschil
De bestuurder wil een pilot uitvoeren om de dienstverlening en begeleiding op het gebied van re-integratie en ziekteverzuimbeleid door een nieuwe arbodienstverlener uit te proberen. Bestuurder verzoekt de COR om instemming. De COR verleent geen instemming, omdat hij vindt dat hij over meer informatie dient te beschikken, wil de COR tot een inhoudelijke beoordeling in staat zijn. Volgens bestuurder is de weigering van de COR onredelijk.

Behandeling verzoek
Deze kwestie ligt qua feiten en historie in het verlengde van het eerdere door de COR ingediende bemiddelingsverzoek over de pilot arbodienstverlening (zie samenvatting BC MI 11.024, jaarverslag BC Markt I 2010-2011). In die kwestie speelde in hoofdzaak de vraag of het besluit instemmingsplichtig is of niet. De kantonrechter te Breda oordeelde bij voorlopige voorziening dat het wel een instemmingsplichtig besluit is (1). Bestuurder trok vervolgens het besluit in, waarna de COR het bemiddelingsverzoek introk.

In de onderhavige (vervolg)kwestie dient bestuurder het verzoek in. Aanleiding hiertoe is dat de uitvoering van de pilot nu door twee bedrijven, X en Y, zal worden uitgevoerd. Volgens de COR is bedrijf X niet een arbodienst in de zin van art. 14 van de Arbeidsomstandighedenwet, maar een bedrijf dat zich toelegt op de begeleiding van werkgevers bij hetgeen zij zelf kunnen (en moeten) doen om arbeidsongeschikte werknemers te begeleiden en te re-integreren. Voor de invulling van de taken die door een arbodienst dienen te gebeuren, is gekozen voor het bedrijf Y, waarmee bedrijf X, naar eigen zeggen, goede ervaringen heeft. Omdat de COR geen instemming verleent, wendt bestuurder zich tot de bedrijfscommissie.

Verloop van het geschil
Tijdens de zitting blijkt de voornaamste reden van de COR om geen instemming te verlenen niet in het vervangen van de arbodienst te liggen, maar in het ziekteverzuimbeleid. Besproken wordt dat partijen samen invulling geven aan de voorwaarden van de pilot, waarbij de punten van zorg en aandacht van de COR worden meegenomen en dat ze samen in gesprek gaan met de nieuwe arbodienst. Ook wordt besproken dat partijen daarnaast samen het ziekteverzuimbeleid binnen het bedrijf gaan analyseren en aan de hand van de uitkomsten
hiervan, tot een oplossing proberen te komen. De kwestie wordt aangehouden en afgesproken wordt dat partijen samen aan de slag gaan. De bedrijfscommissie wordt op de hoogte gehouden.

Uiteindelijk heeft bestuurder de commissie bericht dat indien de eerstvolgende overlegvergadering niet het gewenste resultaat tot gevolg zou hebben, de stap naar de kantonrechter zou volgen. Verdere bemiddeling vanuit de bedrijfscommissie was volgens bestuurder niet nodig. Omdat er geen vervolgactie werd gevraagd, heeft de bedrijfscommissie geen advies opgesteld. De commissie heeft partijen gevraagd om op de hoogte te worden gehouden van het overleg en eventueel andere ontwikkelingen.

Niets meer van partijen gehoord hebbende, heeft de bedrijfscommissie partijen zes maanden later bericht de kwestie als afgerond te beschouwen.

  1. Kantonrechter Breda, 31 oktober 2011, LJN BU2906
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore