Bemiddelingsadvies BC Markt II 11.008

Sector: kinderopvang

Trefwoorden: cao, eindejaarsuitkering, kinderopvang, instemmingsrecht

Het geschil gaat over het wel of niet uitkeren van de eindejaarsuitkering op basis van de cao voor de Kinderopvang.

Kern van het geschil
Op basis van de cao Kinderopvang ontvangen medewerkers een eindejaarsuitkering (hierna: eju) van maximaal 3,5%. Het uit te keren percentage is afhankelijk van het behalen van financiële resultaten en/of andere doelen die werkgever en OR vooraf hebben afgesproken (artikel 5.7 cao). Daartoe dient bestuurder een voorstel voor de te bereiken doelen en/of resultaten voor de eju vóór 1 januari ter instemming bij de OR in te dienen en moeten OR en bestuurder vervolgens vóór 1 juli overeenstemming bereiken over de eju opbouw voor dat jaar.

Halverwege 2010 is het betreffende kinderdagverblijf onder de cao Kinderopvang komen te vallen. Aangezien dit voor de bestuurder aanzienlijk hogere personeelskosten met zich meebracht, heeft hij voorgesteld de eindejaarsuitkering over 2010 open te breken en nieuwe doelen vast te stellen voor zowel 2010 als 2011.
Omdat de OR hier niet mee akkoord ging, heeft de bestuurder de eju 2010 op 5,5% gelaten en de eju voor 2011 op basis van de nieuwe cao op maximaal 3,5%. De opbouw van de eju 2011 zou in een later overleg worden besproken waarvan de datum nog gekozen moest worden. Dit is echter niet meer gebeurd in 2010.
De OR stelt dat de bestuurder de eindejaarsuitkering 2011 van 3,5% moet uitbetalen op grond van de betreffende cao-bepaling (artikel 5.7) omdat er voor 1 januari 2011 geen afdoende voorstel over de invulling van de objectief meetbare resultaten bij de OR was ingediend. De bestuurder stelt dat de OR bewust het moment van 1 januari 2011 heeft afgewacht. Volgens de bestuurder heeft hij reeds in juli 2010 een voorstel als bedoeld in de cao gedaan.

Overweging van de commissie
De geschillencommissie van de bedrijfscommissie wijst er op dat zij niet kan treden in de uitleg van cao-bepalingen. Echter, gezien de omstandigheden en feiten kan het voorstel van juli 2010 worden gezien als een voorstel als bedoeld in artikel 5.7, vijfde lid, van de cao Kinderopvang. Volgens de geschillencommissie had de OR onder de gegeven omstandigheden de onderhandelingen dienen voort te zetten met de intentie in ieder geval vóór 1 juli 2011 een akkoord te bereiken met de bestuurder.

Advies van de commissie
De geschillencommissie adviseert om het overleg over de eju 2011 voort te zetten, mede in het belang van de verhoudingen tussen partijen en om te voorkomen dat voor het jaar 2012 een zelfde situatie ontstaat. Omdat het eerste half jaar van 2011 al bijna voorbij is, adviseert de geschillencommissie om de eju 2011 te stellen op 2% vast. Over de overige 1,5% variabel voor het tweede half jaar kan dan nog overleg gevoerd worden. Werknemers moeten immers de resultaten en/of doelen waaraan het variabele deel van de eju gekoppeld is, nog kunnen beïnvloeden. Verder constateert de commissie dat de relatie tussen partijen goed is en adviseert zij de bestuurder om genoeg tijd te nemen voor de overleggen met de OR en hier, waar mogelijk, voorrang aan te geven. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore