Bemiddelingsadvies BC Markt II 11.009

Sector: zorg

Trefwoorden: HR-cyclus, bonusregeling, instemmingsrecht

Het geschil betreft de invoering van een HR-cyclus met variabele beloningssystematiek.

Kern van het geschil
De bestuurder wil een HR-cyclus invoeren, waarin een variabele beloningssystematiek is opgenomen. De bestuurder heeft de OR om instemming verzocht tot invoering van deze HR-cyclus. De OR heeft zijn instemming niet gegeven, omdat de OR vindt dat eerst het systeem van functioneringsgesprekken geïmplementeerd en goed verankerd moet zijn in de organisatie. Pas daarna zou gesproken kunnen worden over beoordelingen waarin behaalde en te behalen resultaten kunnen worden betrokken. Overigens is de OR principieel tegen extra beloning in de financiële sfeer en van mening dat andere soorten maatregelen om medewerkers te binden en boeien de voorkeur genieten.

Verder heeft de bestuurder gratificaties c.q. bonussen over het jaar 2010 toegezegd, zonder voorafgaand instemming aan de OR te vragen. Bestuurder is van oordeel dat dit ook niet nodig is; de OR is van oordeel dat hij op grond van de cao hierover instemmingsrecht heeft.

Advies van de commissie
De geschillencommissie adviseert om de implementatie van de HR-cyclus op te splitsen in meerdere fases en per fase (door partijen gezamenlijk en in goed overleg) uit te voeren, te beginnen met de invoering van de functioneringsgesprekken. De commissie acht het van belang een eenmaal geïmplementeerde fase eerst te evalueren alvorens naar de volgende fase over te gaan. Verder is van belang elke volgende fase goed te doordenken, uit te werken en per fase apart een instemmingaanvraag aan de OR te formuleren. De OR is erop gewezen dat hij hierbij medezeggenschap heeft en de ruimte tot meepraten en meedenken dient te krijgen, maar dat de OR die verkregen ruimte dan ook dient te benutten.
De commissie kan geen uitspraak doen over de vraag of bestuurder conform het in de cao bepaalde heeft gehandeld, aangezien de interpretatie van de cao voorbehouden is aan de betrokken cao-partijen. Bestuurder heeft bij de geschillencommissie evenwel niet de indruk weg kunnen nemen ten aanzien van een deel van het personeel reeds uitvoering te hebben gegeven aan het voornemen om een variabel beloningssysteem te gaan hanteren. Dit terwijl hij nog volop in gesprek is met de OR over het binden en boeien van de medewerkers door invoering van het functioneringssysteem en mogelijk een hele HR-cyclus. De commissie acht dit niet verstandig. Zij geeft de bestuurder mee dat voor het doorvoeren van ingrijpende besluiten, draagvlak binnen de organisatie essentieel is en overeenstemming met de OR in belangrijke mate bij zal dragen aan het draagvlak.

De OR heeft op grond van artikel 27 WOR instemmingsrecht ten aanzien van alle onderwerpen aangaande een bonusregeling, waaronder de systematiek. De OR dient daarbij wel inhoudelijk op de voorstellen in te gaan; een afwijzende houding alleen is niet afdoende en kan uiteindelijk in zijn nadeel werken (gelet op art. 27, lid 4 WOR).

Tot slot adviseert de geschillencommissie partijen als vaste overlegpartners continu en goed met elkaar door middel van gesprek in overleg te blijven en daarbij niet vast te komen zitten in het eigen standpunt.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore