Bemiddelingsadvies BC Markt II 11.012

Sector: zorg

Trefwoorden: uitnodigen Raad van Toezicht, art. 24, lid 2 WOR, art. 25, lid 4 WOR, interpretatieverschil,
gezamenlijk verzoek, schriftelijke behandeling

De kwestie betreft het uitnodigen van de Raad van Toezicht door de OR voor een overlegvergadering ter behandeling van een adviesaanvraag in de zin van art. 25 WOR.

Kern van het geschil
De organisatie betreft een stichting met een Raad van Bestuur en een Raad van Toezicht. De Raad van Bestuur bestaat uit één persoon en is in de voorliggende kwestie te kwalificeren als bestuurder in de zin van de WOR. Hij vertegenwoordigt de ondernemer in het overleg met de OR. De Raad van Toezicht heeft tot taak het toezien op het functioneren van de Raad van Bestuur en het ongevraagd adviseren van de Raad van Bestuur.

Partijen verschillen van mening over de vraag of de OR het recht heeft om de Raad van Toezicht uit te nodigen voor een overlegvergadering, waar een adviesaanvraag conform artikel 25 van de WOR wordt behandeld met de bestuurder. Volgens de OR kan hij op grond van de artikelen 24, lid 2 en lid 3 en 25, lid 4 van de WOR een of meer leden van de Raad van Toezicht uitnodigen voor een ondernemingsraadvergadering of overlegvergadering. De OR wil in dit geval de Raad van Toezicht uitnodigen om als toehoorder, niet als gesprekspartner, aanwezig te zijn bij de overlegvergadering.

Bestuurder stelt dat de OR in dit geval niet het recht toekomt om de Raad van Toezicht uit te nodigen, aangezien de bestuurder in dit geval de ondernemer vertegenwoordigt en de gesprekspartner is van de OR.

Schriftelijke behandeling
Partijen hebben het verzoek gezamenlijk ingediend. Nadat partijen waren uitgenodigd voor een bemiddelingszitting hebben ze medegedeeld de voorkeur te hebben voor een schriftelijke afhandeling. De bedrijfscommissie heeft daarop besloten het verzoek schriftelijk af te doen.

Overwegingen en advies commissie
De commissie overweegt dat conform de artikelen 24, lid 2, en 25, lid 4 voor de Raad van Toezicht een ver-schijnplicht geldt bij de vergadering waarin overleg wordt gepleegd over een voorgenomen besluit in de zin van artikel 25, lid 1. Verder heeft de OR het recht om de Raad van de Toezicht uit te nodigen. Gelet op de wettelijke regeling, het feit dat het om een besluit in de zin van artikel 25, lid 1 gaat en het door de OR daarover uit te brengen advies, mag de OR in dit geval de Raad van Toezicht uitnodigen.

Daarnaast overweegt de commissie het volgende. Het lijkt of partijen verschillen van mening wie gesprekspartner kan zijn. Volgens de WOR is de bestuurder de gesprekspartner en kunnen de leden van de Raad van Toezicht toehoorder zijn. Overigens is in de WOR niet geregeld dat alleen de gesprekspartner van een OR of bestuurder bij een vergadering aanwezig kan/mag zijn. De commissie wijst partijen er op, dat dit soort verschillen van interpretatie afleidt van waar het inhoudelijk om gaat en niet bevorderlijk is voor het medezeggenschapsklimaat in de onderneming. Ze geeft partijen in overweging om zich voortaan bij dit soort kwesties af te vragen waarover en waarom partijen verschillen van mening. Na vaststelling daarvan kunnen dit soort interpretatiekwesties wellicht voorkomen/verholpen worden.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore