Bemiddelingsadviezen 2012 Bedrijfscommissie Markt I en II

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.043

Het geschil betreft een aantal bezwaren van twee vakbonden ten aanzien van de in te richten (afzonderlijke) medezeggenschap bij twee bedrijfsonderdelen van een groot concern. Het gaat concreet om de volgens de bonden onevenwichtige indeling in kiesgroepen, het (te lage) aantal leden van de OR en het te lage vereiste aantal handtekeningen voor het kunnen indienen van een vrije kandidatenlijst.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.042

Verzoeker (werknemer) wijst op meerdere onregelmatigheden bij de gehouden OR-verkiezingen: (1) de samenstelling van de kandidatenlijst wijkt af van het stembiljet, (2) de kandidatenlijst is niet conform het OR-reglement twee weken vóór de verkiezingsdatum bekend gemaakt, (3) op de retourenvelop (voor het inzenden van het stembiljet) is een foutief antwoordnummer vermeld waardoor er zeer waarschijnlijk stemmen verloren zijn gegaan en (4) de OR-telcommissie was niet onafhankelijk.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.040

De OR verzoekt bemiddeling ten aanzien van de weigering van de bestuurder om de kosten van juridische bijstand van de OR voor zijn rekening te nemen; voorts is sprake van een verschil van inzicht over de vraag of het inhuren van een externe coach/cursusleider door de bestuurder duidt op een daaraan ten grondslag liggend instemmingsplichtig besluit van de bestuurder tot het vaststellen of wijzigen van een regeling op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.039

De bestuurder en de OR verzoeken gezamenlijk om bemiddeling in verband met een wijziging van de winstdelingsregeling binnen de onderneming. Er lijkt verschil te worden gemaakt tussen werknemers bij het toekennen van uitkeringen op grond van de winstdelingsregeling 2011. De OR meent dat deze regeling door de bestuurder eenzijdig is veranderd en dat het betreffende besluit daartoe in strijd is met artikel 27 WOR.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.037

Het jaarcontract van een van de medewerkers (betrokkene) van het bedrijf wordt niet verlengd. Eerder was het jaarcontract wel al drie keer verlengd. Verzoekers (de personeelsvertegenwoordiging (PVT) en betrokkene) zijn van oordeel dat het niet verlengen van het jaarcontract verband houdt met de rol die betrokkene heeft gespeeld bij de totstandkoming van de PVT en zijn werkzaamheden voor de PVT na de oprichting daarvan.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.036

Aan de orde is een geschil over een wijziging van een bonusregeling. Bestuurder heeft het voornemen om een klanttevredenheidscomponent in te bouwen. Verschil van mening bestaat over de systematiek voor het toekennen van deze component, te weten via het ‘on/off’ principe, waardoor de uitkering alles of niets is, dan wel via een systeem van lineaire uitbetaling. Ook bestaat verschil van mening over de aftopping van het maximum van deze component op 100 procent, en over de uitbetaling per kwartaal in plaats van per maand.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.034

De OR verzoekt om nadere informatie ten behoeve van een adviesaanvraag betreffende de inschakeling van een adviseur (in verband met een op handen zijnde grootschalige veranderingen binnen de organisatiestructuur). Bestuurder heeft laten weten de verzochte informatie, op één onderdeel na, niet te zullen verstrekken. Daarnaast wenst de OR van bestuurder te vernemen op welke onderdelen van de adviesaanvraag geheimhouding ligt. De OR is van mening dat hij recht heeft op de gevraagde informatie en dat de absolute geheimhoudingsplicht die hem is opgelegd door bestuurder in strijd is met de verplichting van de ondernemer ex artikel 17 WOR om de OR in staat te stellen zijn achterban te raadplegen. Bestuurder weigert volgens de OR aan te geven welke onderdelen onder de geheimhouding vallen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.033

Verzoeker tracht door middel van een procedure bij de Bedrijfscommissie Markt I de oprichting van een PVT te bereiken. Ondanks diverse inspanningen van het personeel en toezeggingen vanuit het bestuur is het nog niet gekomen tot oprichting hiervan.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.032

Aan de orde is de vraag of het in 2012 vastgestelde bonusplan 2011 past binnen het bonussysteem dat in 2011 is vastgesteld en de instemming heeft van de OR. De bestuurder is van oordeel dat het binnen de gemaakte afspraken past, terwijl de OR van oordeel is dat onderdelen niet passen binnen de gemaakte afspraken en dat derhalve materieel sprake is van een wijziging van het bonussysteem en dat een dergelijke wijziging de instemming behoeft van de OR.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.031

Een OR-lid heeft een officiële waarschuwing gekregen omdat hij opruiend zou hebben opgetreden tegen het personeel van de onderneming en hen onder druk zou hebben gezet een handtekeningenactie te ondersteunen. De OR vindt dat het betreffende voorval plaatsvond in het kader van een achterbanraadpleging van de OR en vindt dat het betreffende OR-lid bescherming tegen benadeling geniet (artikel 21 WOR). De bestuurder is van oordeel dat de medewerker niet als OR-lid is aangesproken, maar als medewerker van de onderneming en dat daarom artikel 21 WOR niet van toepassing is.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.030

Het geschil betreft het (oneigenlijke) gebruik van camera’s in de onderneming, waarvan de OR stelt dat deze worden gebruikt als personeelsvolgsysteem. De OR geeft aan dat er geregeld klachten binnenkomen dat er camera’s worden gebruikt om medewerkers op hun gedrag aan te spreken. De OR stelt nooit instemming te hebben verleend voor het gebruik van camera’s voor andere doelstellingen dan het tegengaan van diefstal bij de uitgangen en het in de gaten houden van het productieproces. De bestuurder stelt dat de OR formeel juridisch niet (meer) in de positie verkeert om het gebruik van de thans binnen de organisatie aanwezige camera’s aan banden te leggen/te verbieden.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.029

Centraal staat de vraag of de instelling van een gemeenschappelijke OR bevorderlijk is voor een goede toepassing van de wet.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.028

Centraal staat de vraag hoe de structuur van de medezeggenschap binnen de Nederlandse tak van het internationaal actieve concern vorm gegeven dient te worden. In de vorm van een gemeenschappelijke OR of in de vorm van een Centrale Ondernemingsraad (COR)?
De activiteiten worden in Nederland vanuit acht locaties verricht. Bij drie vestigingen is een OR ingesteld en bij één vestigingsonderdeel een PVT. Bij de overige vestigingen en/of onderdelen daarvan zijn geen medezeggenschapsorganen ingesteld.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.027

De OR stelt dat hij niet kan samenwerken met een van de OR-leden (hierna X) en dat de verhoudingen ernstig verstoord zijn. Hierdoor is er een onwerkbare situatie ontstaan. De OR stelt meerdere malen geprobeerd te hebben het gesprek met X aan te gaan over zijn functioneren, maar X heeft geweigerd hier aan mee te werken. De OR heeft X verzocht vrijwillig af te treden als OR-lid, maar omdat hij dit weigert verzoekt de OR de Bedrijfscommissie Markt I te bemiddelen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.024

Het gaat in deze kwestie om een assurantiekantoor waarvan de PVT van deze organisatie (met drie vestigingen) van mening is dat in de ondernemingen een OR moet worden opgericht op grond van artikel 3 WOR. Volgens de PVT zijn er in totaal inmiddels meer dan 70 mensen werkzaam. Daarbij gaat de PVT ervan uit dat de twee BV’s en één CV van de organisatie samen één onderneming vormen in de zin van de WOR. Naar de mening van bestuurder is er in formele zin geen sprake van één onderneming in de zin van de WOR.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.023

De OR verzoekt de Bedrijfscommissie Markt I te bemiddelen in een tussen de OR en (de directie en de grootaandeelhouder van) de onderneming gerezen geschil over de invulling en nakoming van een tussen genoemde partijen gesloten convenant. De OR is bevreesd voor (mogelijke) belangenverstrengeling bij de nieuwe directeur van de organisatie die tevens directeur is bij haar grootaandeelhouder en meent dat de benoeming van deze nieuwe directeur in strijd is met hetgeen tussen partijen in het convenant daarover is opgenomen. Verweerder ziet geen goede gronden voor de bezwaren die de OR aanvoert tegen de benoeming van de nieuwe bestuurder van de onderneming.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.022

Verzoekers, de gemeenschappelijke OR (GOR) en de bestuurder, leggen de Bedrijfscommissie Markt I gezamenlijk de vraag voor of een wijziging van het huidige medezeggenschapsmodel noodzakelijk is om de medezeggenschap zo laag mogelijk in de organisatie te formaliseren en juridische problemen bij een eventuele rechtsgang te voorkomen. De bestuurder is daarbij van oordeel dat de huidige situatie voldoet en kan blijven voortbestaan; de GOR meent dat (de voorgelegde) wijziging van het medezeggenschapsmodel noodzakelijk is. Partijen hebben tevoren aangegeven zich naar het oordeel van de commissie te richten en ook niet tijdens de behandeling ter zitting aanwezig te zijn.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.021

De bestuurder en OR hebben vanaf eind 2010 tot heden 2012, intensief en regelmatig overleg gevoerd over de vormgeving van het mobiliteitsbeleid en een nieuwe dienstautoregeling. De bestuurder heeft de OR meerdere malen een instemmingsverzoek ex artikel 27 WOR voorgelegd en gevraagd in te stemmen met het besluit tot wijziging van het mobiliteitsbeleid en de daaraan verbonden overgangsregeling, dan wel in te stemmen met het beëindigen van de huidige dienstautoregeling en een bijbehorende overgangsregeling. Hoewel er veelvuldig overleg heeft plaatsgevonden, komen partijen niet tot overeenstemming. Alle gedane instemmingsverzoeken zijn door de OR afgewezen. Na het vijfde en laatste instemmingsverzoek wendt bestuurder zich tot de Bedrijfscommissie Markt I.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.019

Het geschil betreft de vraag of sprake is van een reorganisatie in de zin van de WOR. Aanleiding voor het geschil is het stopzetten van een van de projecten van de organisatie (door een externe opdrachtgever) waardoor de bestuurder zich genoodzaakt ziet een aantal werknemers te ontslaan. De OR is van mening dat er sprake is van een reorganisatie en heeft bestuurder erop gewezen dat er in dat geval een reorganisatieplan dient te worden opgesteld dat aan de OR moet worden voorgelegd voor advies. Naar de mening van de bestuurder is er geen sprake van een reorganisatie en daarom ook niet van een adviesplichtige situatie. Bestuurder beroept zich er op dat de betreffende situatie volgens de van toepassing zijnde cao geen reorganisatie is en dat het niet de organisatie zelf is, maar een andere organisatie die het besluit (stopzetten van het project) heeft genomen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.019

Dit geschil betreft een controverse tussen partijen omtrent de financiering van een pensioenjuridisch onderzoek dat de OR wenst uit te laten voeren. Het verzoek van de OR aan de Bedrijfscommissie Markt I is de bestuurder te wijzen op zijn verplichting dit onderzoek te laten plaatsvinden opdat duidelijk wordt of er juridisch onjuist gehandeld is door de bestuurder. De bestuurder meent dat, nu er reeds een onderzoeksrapport ligt, een nieuw onderzoek niet als redelijk en noodzakelijk kan worden aangemerkt voor de uitoefening van de taken zoals die in de WOR zijn gegeven aan de OR.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.018

Het geschil betreft de vraag wie de kosten dient te dragen van de door verzoeker (voorzitter OR) ingeroepen (en nog in te roepen) juridische ondersteuning in het kader van de procedures bij de Bedrijfscommissie Markt II en de kantonrechter waarin hij door de bestuurder is betrokken. Ter discussie staat de vraag of verzoeker in privé deze juridische kosten dient te dragen of dat sprake is van gemaakte kosten ter waarborging van de medezeggenschap in de onderneming. Verzoeker meent dat hij als OR-voorzitter kosten heeft gemaakt om het functioneren van de medezeggenschap te bestendigen. De bestuurder is van mening dat de betreffende kosten zijn c.q. worden veroorzaakt als gevolg van het persoonlijk handelen van verzoeker en geen betrekking hebben op een geschil tussen de ondernemer en de OR als orgaan.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.018

De OR legt drie zaken voor:
1) Het besluit van de bestuurder om een aantal vrije dagen te laten vervallen, zonder instemming te vragen.
2) Verschil van mening over de benaming van de 13e maand.
3) Bestuurder komt de verplichtingen op grond van de WOR bij verandering van onder meer de arbeidsvoorwaarden niet na.
Bestuurder brengt naar aanleiding van het verzoek van de OR zelf twee andere punten in: de pensioenregeling en de tegemoetkoming in de ziektekosten.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.017

Naar de mening van de OR heeft de bestuurder een wijziging van arbeidstijden doorgevoerd waarvoor de OR niet om instemming is gevraagd. De wijziging betreft de maatregel om in (één van) de vestigingen van de onderneming vanaf 1 april 2012 de openingstijden voor een bepaalde groep medewerkers op de zaterdagen te wijzigen. Naar de mening van de OR is er sprake van een instemmingsplichtig besluit omdat de betreffende wijziging gevolgen heeft voor een aanwijsbare groep personeelsleden. De OR heeft naar aanleiding hiervan de nietigheid van het besluit ingeroepen. Naar de mening van de bestuurder ligt deze wijziging in de lijn der werkzaamheden en heeft deze betrekking op individuele gevallen.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.016

Tussen partijen is een geschil gaande over de vraag wie de kosten van rechtsbijstand dient te betalen en of voldaan is aan de vereisten van artikel 22 van de WOR. De bestuurder trekt de transparantie van de door de gemachtigde van de OR ingediende declaraties in twijfel. Naar de mening van de OR gaat het geschil in essentie om de mogelijkheden die de OR van de ondernemer krijgt om zijn wettelijke bevoegdheden uit te oefenen. De gemachtigde van de OR is tevens gemachtigde van één van de OR-leden en treedt voor hem op in een
arbeidsgeschil met de bestuurder.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.014

Het geschil in deze zaak speelt bij twee ziekenhuizen die een aantal jaren geleden bestuurlijk zijn gefuseerd en op termijn juridisch zullen fuseren. Eén stap in dit traject is het harmoniseren van arbeidsvoorwaarden. Een werkgroep waarin ook OR-leden zitting hadden heeft een harmonisatiepakket voorgesteld en de bestuurder heeft dit overgenomen op één element na, de compensatie van feestdagen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.013 en Markt I 12.015

In dit geschil wordt de Bedrijfscommissie Markt I door een werknemer verzocht uit te spreken dat de OR gevolg dient te geven aan zijn verplichting tot het bekend maken van agenda’s en verslagen van vergaderingen, een en ander voor zover dit van de ondernemer of OR afhangt. De OR stelt dat hij op grond van zijn geheimhoudingsplicht niet dan wel in geringe mate gehoor kan geven aan de oproep tot bekendmaking van de verzochte stukken. Daarnaast heeft een verzoek van een collega-werknemer betrekking op de officiële samenstelling (omvang) van de OR en dat ook het reglement van de OR daarop behoort te worden aangepast.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.013

Bestuurder wil een nieuwe roostersystematiek invoeren. De OR onthoudt zijn instemming om meerdere redenen, waaronder de onduidelijkheid over de feitelijke effecten van de invoering van de nieuwe systematiek.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.012

Een particuliere instelling voor geestelijke zorgverlening heeft een PVT. Sinds de cao-GGZ algemeen verbindend is verklaard tracht de PVT zich om te vormen tot een OR. In de cao is bepaald dat de instellingsgrens voor een OR op 35 werknemers ligt. Bij de organisatie werken momenteel 37 werknemers en de organisatie valt alleen onder de cao in de perioden dat deze algemeen verbindend is verklaard. De bestuurder stelt dat er minder dan 35 mensen werkzaam zijn bij de organisatie nu een aantal medewerkers werkzaam is op basis van een leer-arbeidsovereenkomst en daarom niet meetelt als in de onderneming werkzame personen als bedoeld in de WOR.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.011

Het geschil spitst zich toe op de toepassing van de cao-regeling in de kinderopvang betreffende de eindejaarsuitkering. Op grond van de cao moet in overleg tussen OR en bestuurder een eindejaarsuitkering van 3,5 procent worden vastgesteld, die wordt uitgekeerd afhankelijk van vast te stellen doelen en/of resultaten. De bestuurder heeft daartoe een voorstel gedaan, waarbij een deel van de eindejaarsuitkering afhankelijk wordt gesteld van het behalen door de organisatie van bepaalde financiële doelen. De OR gaat hiermee niet akkoord omdat in zijn ogen de mate van beïnvloedbaarheid van deze financiële doelen door de individuele medewerkers
te gering is. De cao stelt deze beïnvloedbaarheid als eis.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.010

De OR stelt dat het besluit van de bestuurder om over te gaan tot wijziging van de all-share regeling (bonusregeling) instemmingsplichtig is in de zin van artikel 27, lid 1, sub a van de WOR (winstdelingsregeling). De bestuurder heeft die instemming gevraagd noch gekregen. De OR heeft zich op de nietigheid van het besluit beroepen. De bestuurder is van mening dat het genomen besluit valt binnen de mogelijkheden van de regeling en niet instemmingsplichtig is.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.009

Tijdens de piekuren overdag zijn er onvoldoende parkeerplekken voor patiënten, bezoekers en medewerkers van het ziekenhuis. De bestuurder heeft een pakket aan maatregelen ter zake ter instemming voorgelegd aan de OR op grond van artikel 27 WOR. Op grond van de cao moet ten aanzien van de inzet van woon-werkverkeergelden overeenstemming bestaan tussen bestuurder en de OR. De bestuurder heeft ook de besteding van de parkeergelden ter instemming aan de OR voorgelegd. De bestuurder heeft de OR meerdere malen een (aangepast) instemmingsverzoek ex artikel 27 WOR voorgelegd en gevraagd in te stemmen met het pakket aan maatregelen ten aanzien van het bereikbaarheidsbeleid. Partijen komen niet tot overeenstemming.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.008

In dit geschil verzocht een vakbond de Bedrijfscommissie Markt II om bemiddeling inzake een probleem dat is ontstaan bij de verkiezing van de OR van een ziekenhuis. Zowel de vakbond als een OR-lid namens deze vakbond, heeft een kandidatenlijst ingediend. Deze twee kandidatenlijsten komen niet met elkaar overeen; op de door de vakbond ingediende lijst staan vier kandidaten, op de door het OR-lid ingediende lijst drie.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.008

De OR voert aan dat bestuurder hem foutief en onvolledig heeft geïnformeerd bij een overgang van een pensioenregeling als gevolg van een juridische fusie. Door onjuiste informatie waren de financiële gevolgen volgens de OR niet duidelijk. Volgens de OR houdt de bestuurder zich niet aan de gemaakte afspraken tot compensatie. Bestuurder vindt dat de OR niet ontvankelijk dient te worden verklaard en meent dat het onderwerp reeds binnen de overlegvergaderingen is besproken en dat het medezeggenschapstraject is afgerond. Voorts betwist de bestuurder dat de door de OR gevorderde nakoming tot compensatie, onderdeel is van de gemaakte afspraken.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.007

De OR verleent aan de bestuurder van een verpleeghuis onder voorwaarden instemming om ten behoeve van de invoering van de zorgvorm ‘kleinschalig wonen’ een dienstrooster in te voeren dat voorziet in diensten van 8 uur, met een doorbetaalde pauze van 15 minuten. Tot aan deze verandering duurde een dienst 8,5 uur, waarin begrepen een (onbetaalde) pauze van een half uur. In de praktijk blijkt dat het benutten van de doorbetaalde pauze van een kwartier niet tot zijn recht komt, waardoor sprake is van onvoldoende rusttijd voor de medewerker. Dit kan onder meer risico’s voor de gezondheid van de medewerkers en voor het welzijn en de veiligheid van de bewoners/cliënten met zich brengen. Voorts is de OR van oordeel dat de bestuurder zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Om die reden wordt de instemming ingetrokken.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.007

Onderneming X, die in Nederland openbaar busvervoer verricht, heeft met dochteronderneming Y ingeschreven op een concessie voor openbaar vervoer en niet met dochteronderneming Z, terwijl Z de betreffende concessie op dat moment exploiteerde.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.006

De OR gaat niet akkoord met de door de bestuurder per 1 januari 2012 eenzijdig doorgevoerde verandering van de wijze waarop de arbodienstverlening, als bedoeld in art. 14, lid 1 van de Arbowet, bij de onderneming van bestuurder is geregeld.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.005

De bestuurder heeft in het kader van een reorganisatie eenzijdig een sociaal plan vastgesteld voor de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2013, nadat de onderhandelingen hierover met de vakbonden waren vastgelopen. De OR is pas achteraf over het vastgestelde plan geïnformeerd. Het geschil ging aanvankelijk over de vraag of de OR instemmingsrecht toekwam. Maar gedurende de bemiddeling wijzigde dit in een beroep door de OR op het adviesrecht. De OR stelde daarbij dat de bestuurder het sociaal plan niet als onderdeel van de adviesaanvraag over de reorganisatie had bijgevoegd en dat hij daardoor geen advies meer heeft kunnen uitbrengen over het sociaal plan en hier geen wezenlijke invloed op heeft kunnen uitoefenen.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.005

Een werknemer stelt dat de organisatie waar hij werkzaam is al geruime tijd meer dan 50 werknemers in dienst heeft en om die reden op grond van artikel 2, lid 1, van de WOR verplicht is tot het instellen van een OR. Zowel verzoeker als andere werknemers zouden er bij de bestuurder op hebben aangedrongen over te gaan tot het instellen van een OR. De bestuurder stelt dat het geschil niet gaat over de instelling van een OR, maar dat het een arbeidsgeschil met de verzoekende werknemer betreft. De bestuurder stelt dat binnen haar onderneming de medezeggenschap al goed is geregeld.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.004 en Markt I 12.009

Het geschil spitst zich toe op de vraag of de OR recht van enquête heeft en indien dit het geval is of hij gerechtigd is een drietal onderzoeken uit te laten voeren zodat beoordeeld kan worden of een enquêteprocedure zinvol is. Los van deze vraag is er tussen partijen gesproken over de achterliggende periode en de gang van zaken binnen de onderneming. Deze periode heeft zich gekenmerkt door een toenemend gebrek aan vertrouwen tussen de OR en het bestuur waarbij vermoedens van (financiële) misstanden zijn ontstaan.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.004

Bestuurder stelt voor om in afwijking van de cao VVT een pauzeregeling te hanteren, waarbij medewerkers op de werkplek pauzeren en de pauzetijd als werktijd wordt aangemerkt.
Het betreft een onderneming in de intramurale verzorgingshuiszorg, verpleeghuiszorg en thuiszorg. In één van de thuiszorglocaties is een aantal kleinschalige wooneenheden voor mensen met dementie gehuisvest.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.003

Het gaat in dit geschil om een verlaging van de hoogte van de feestdagcompensatie van 8 naar 7,2 uur waarvoor de OR geen instemming voor verleent. De OR is van mening dat de bestuurder in strijd handelt met een goede toepassing van artikel 27 van de WOR. Volgens de bestuurder is de verlaging van de feestdagcompensatie een logisch gevolg van de invoering van de jaarurensystematiek (JUS) uit de vigerende cao voor de Gehandicaptenzorg, om invoering waarvan de OR in 2009 zelf verzocht heeft.

Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.002

Een OR-lid van een zorginstantie heeft een bemiddelingsverzoek ingediend omdat hij meent ten onrechte uit zijn functie als DB-lid te zijn gezet middels een besluit van de overige leden van de OR. De OR heeft bij brief laten weten de onderhavige situatie als een interne situatie te beschouwen en bemiddeling door de Bedrijfscommissie Markt II niet wenselijk te achten. Omdat bemiddeling met slechts een der partijen onmogelijk is, is het verzoek schriftelijk afgehandeld.

Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.002

Partijen verschillen van mening over de afspraken rondom het samengaan van twee pensioenregelingen ten gevolge van een juridische fusie in 2004.
Volgens de OR zijn er afspraken gemaakt over de gelijkwaardigheid van de oude en nieuwe pensioenregeling en over de onvoorwaardelijkheid van de indexatie. Bestuurder ziet dit anders: de voorwaarde van gelijkwaardigheid is niet overeengekomen noch is een onvoorwaardelijke (i.p.v. voorwaardelijke) indexatie toegezegd. Een eerder schikkingsvoorstel en een voorstel tot mediation van bestuurder zijn door de OR afgewezen.

powered by sitecore