Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.002

Sector: financiële dienstverlening

Trefwoordenpensioen, mediation

Kern van het geschil
Partijen verschillen van mening over de afspraken rondom het samengaan van twee pensioenregelingen ten gevolge van een juridische fusie in 2004.
Volgens de OR zijn er afspraken gemaakt over de gelijkwaardigheid van de oude en nieuwe pensioenregeling en over de onvoorwaardelijkheid van de indexatie. Bestuurder ziet dit anders: de voorwaarde van gelijkwaardigheid is niet overeengekomen noch is een onvoorwaardelijke (i.p.v. voorwaardelijke) indexatie toegezegd. Een eerder schikkingsvoorstel en een voorstel tot mediation van bestuurder zijn door de OR afgewezen.

Ter zitting blijken partijen wel bereid tot een oplossing, maar de wijze waarop houdt hen verdeeld. De OR opteert voor mediation met een bindend advies. De bestuurder wil in eerste instantie geen bindend advies om hem moverende redenen.

De commissie geeft vervolgens op hoofdpunten het volgende advies: partijen stellen een commissie in, bestaande uit drie leden. Partijen benoemen ieder een eigen deskundige en samen een derde onafhankelijke deskundige. Deze commissie geeft bindend advies.
Na een schorsing van de zitting doen partijen wederzijds voorstellen over de wijze van oplossing van het geschil, waarna wordt afgesproken dat partijen deze voorstellen eerst in beraad nemen en daar op terug zullen komen. Mocht dit niet tot een oplossing leiden, dan brengt de commissie alsnog nader advies uit.

Uit de correspondentie tussen partijen die daarna volgt, blijkt dat de OR in afwachting blijft van een reactie van bestuurder. Uit het laatste voorstel van de OR leidt de commissie af dat partijen niet meer ver uit elkaar zitten: beide zijn bereid tot vrijblijvende mediation, gevolgd door een vaststellingsovereenkomst, mits er een akkoord is. In geval er geen akkoord is, volgt de stap naar de kantonrechter.

De commissie vraagt bestuurder of hij bereid is om de OR in zijn laatste voorstel te volgen.

De behandeltermijn van het bemiddelingsverzoek van vier maanden is in de tussentijd verstreken en de termijn
van 30 dagen waarbinnen partijen zich tot de kantonrechter kunnen wenden, is ingegaan.

Gelet op deze ontwikkelingen in het dossier gaat de commissie er vanuit dat het uitbrengen van een schriftelijk advies door partijen niet (meer) opportuun wordt geacht en communiceert zij dit als zodanig aan partijen. De OR reageert daarop dat partijen inmiddels overeenstemming hadden bereikt over de verdere afwikkeling van het geschil. De commissie acht het bemiddelingsverzoek hiermee als afgehandeld en gaat over tot sluiting van het dossier.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore