Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.005

Sector: dienstverlening

Trefwoordeninstelling OR, arbeidsconflict, structuur medezeggenschap

Kern van het geschil
Een werknemer stelt dat de organisatie waar hij werkzaam is al geruime tijd meer dan 50 werknemers in dienst heeft en om die reden op grond van artikel 2, lid 1, van de WOR verplicht is tot het instellen van een OR. Zowel verzoeker als andere werknemers zouden er bij de bestuurder op hebben aangedrongen over te gaan tot het instellen van een OR. De bestuurder stelt dat het geschil niet gaat over de instelling van een OR, maar dat het een arbeidsgeschil met de verzoekende werknemer betreft. De bestuurder stelt dat binnen haar onderneming de medezeggenschap al goed is geregeld.

Advies van de commissie
De bestuurder heeft aangegeven de medezeggenschap beter te willen regelen dan de instelling van een OR. Dit betekent volgens de commissie dat het medezeggenschapsorgaan tenminste de wettelijke bevoegdheden an een OR op grond van de WOR moet hebben. Daar bovenop kunnen extra bevoegdheden worden toegekend. Volgens artikel 32, lid 2 van de WOR kan een OR extra bevoegdheden toegekend krijgen middels een schriftelijke overeenkomst tussen bestuurder en OR. De huidige medezeggenschapsstructuur voldoet
niet aan de minimum bevoegdheden die de medezeggenschap binnen de organisatie op grond van de WOR toekomt. Dit betekent dat de medezeggenschap binnen de organisatie geformaliseerd dient te worden. Voor deze formalisatie kan zij eventueel gebruik maken van externe adviseurs die gespecialiseerd zijn op het gebied van medezeggenschap.

De bestuurder heeft aangegeven de Raad van Medewerkers, die inmiddels is opgericht te zullen gebruiken als startpunt voor de oprichting van een medezeggenschapsorgaan dat voldoet aan de WOR. Binnen de Raad van Medewerkers zal worden bepaald welke (verdere) bevoegdheden dit medezeggenschapsorgaan zal krijgen. De commissie heeft aangegeven binnen enkele maanden een exemplaar te willen ontvangen van de vastgelegde afspraken/bevoegdheden. Volgens de commissie zou het binnen deze termijn mogelijk moeten zijn om de medezeggenschapsstructuur geformaliseerd te hebben.

NB
Verzoeker heeft na afloop van de procedure bij de Bedrijfscommissie Markt I de kantonrechter verzocht te bepalen dat de bestuurder gevolg dient te geven aan de WOR, meer in het bijzonder de verplichting om binnen haar onderneming een OR in te stellen. Het verzoek wordt toegewezen. De kantonrechter komt na bestudering van het Convenant van de Raad van Medewerkers tot de conclusie dat de organisatie niet voldoet aan hetgeen in de WOR is geregeld ten aanzien van de inrichting van een medezeggenschaporgaan. Het standpunt van bestuurder dat zij juist reële medezeggenschap beoogt en dat het formele kader van de WOR
oor haar onderneming niet geschikt is, leidt niet tot een ander oordeel (1).

  1. Kantonrechter Utrecht, 31 augustus 2012, LJN BX6615
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore