Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.007

Sector: transport, (openbaar) personenvervoer

Trefwoordenpasseren OR

Kern van het geschil
Onderneming X, die in Nederland openbaar busvervoer verricht, heeft met dochteronderneming Y ingeschreven op een concessie voor openbaar vervoer en niet met dochteronderneming Z, terwijl Z de betreffende concessie op dat moment exploiteerde.

De OR van onderneming Z stelt zich bij de bedrijfscommissie op het standpunt dat bij de overgang van de concessie ook sprake is van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW, dat de OR Z op gelijke voet als de OR Y betrokken moet worden bij de besluitvorming ter voorbereiding van de concessieovergang en dat de OR Z daarna blijft voortbestaan totdat er binnen Y OR-verkiezingen zijn gehouden. De bestuurder van X en de OR Y bestrijden dit standpunt van de OR van Z. De bestuurder van X stelt dat de OR Z na de
concessieovergang geen medezeggenschapsrechten toekomen. De OR Y heeft in dit verband voorgesteld om, totdat een geheel nieuwe OR Y zal zijn gekozen, het aantal leden uit te breiden met zes leden van de OR Z.

Overwegingen en advies van de commissie
Tijdens de bemiddelingszitting blijkt dat de opstelling van de meest betrokken partijen ruimte lijkt te bieden om te komen tot een praktische oplossing. De commissie bespeurt over en weer echter weinig beweging tot verdere toenadering. De commissie raadt partijen aan om over de verdere uitvoering van de concessie met elkaar in open overleg te treden, waarbij vooral naar de toekomst wordt gekeken en met alle belanghebbenden getracht wordt om tot gezamenlijk gedragen besluiten te komen en tot een goede vormgeving van de medezeggenschap binnen de onderneming(en). De bedrijfscommissie roept partijen op tot een praktische benadering. Volgens de commissie kan een werkbare oplossing zowel worden bereikt met het voorstel van de OR Y (een tijdelijke uitbreiding van de OR Y met leden van de OR Z) als met het voorstel van de OR Z (verkiezingen voor een geheel nieuwe OR of beide OR’en in hun geheel samenvoegen).

Na de bemiddelingszitting
Vervolgens heeft de OR Z de andere partijen onder meer voorgesteld dat de OR Z vanaf de concessieovergang met zes leden die thans zitting hebben in de OR Z wordt uitgebreid, dat een onderdeelcommissie voor de betreffende concessie wordt ingesteld waarin de huidige leden van OR Z zitting hebben en dat besluiten tot harmonisering van de bedrijfsregels door de OR Y slechts kunnen worden genomen indien een meerderheid van de zes Z-leden van de OR Y daarmee instemt. Tot de concessieovergang, zo stelde de OR Z voor, zal een
tijdelijk overlegorgaan, gelijkelijk samengesteld uit leden van OR Y en OR Z, worden belast met de medezeggenschapstaken ten behoeve van de voorbereiding van de concessieovergang. De bestuurder van X reageert afwijzend hierop. De OR Y wijst het voorstel van de OR Z ook af en handhaaft het eigen voorstel tot uitbreiding van het aantal zetels met zes, te bezetten door leden van de OR Z. De OR Y kondigt aan om, indien geen overeenstemming wordt bereikt, conform het eigen reglement zo spoedig mogelijk na de concessieovergang aanvullende verkiezingen te zullen uitschrijven, zodat de van onderneming Z overgekomen werknemers hun vertegenwoordigers in de OR Y kunnen kiezen.

Gang naar de rechter
De OR Z vordert daarna bij de rechter een verklaring voor recht dat hij na de concessieovergang blijft bestaan en mee overgaat naar de onderneming Y. De kantonrechter overweegt dat voor toewijzing van het verzoek vereist is dat zowel komt vast te staan dat de concessieovergang moet worden aangemerkt als een overgang van onderneming in de zin van art. 1 Richtlijn 2001/23/EG, als dat de onderneming Z na de overgang als eenheid blijft bestaan in de zin van art. 6 lid 1, eerste alinea van de richtlijn. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend, nu de organisatorische bevoegdheden van Z en Y reeds in belangrijke mate geïntegreerd waren. Na de concessieovergang zullen de betrokken werknemers (van Z) te maken krijgen met een nog verdere inperking van hun organisatorische bevoegdheden. Het voorgaande brengt mee dat er geen sprake is van een eenheid die blijft bestaan. De OR Z gaat dus niet mee over (1).

  1. Kantonrechter Utrecht, 29 augustus 2012, LJN BX6091
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore