Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.010

Sector: dienstverlening

Trefwoordenwijziging bonusregeling, instemmingsrecht, winstdelingsregeling

Kern van het geschil
De OR stelt dat het besluit van de bestuurder om over te gaan tot wijziging van de all-share regeling (bonusregeling) instemmingsplichtig is in de zin van artikel 27, lid 1, sub a van de WOR (winstdelingsregeling). De bestuurder heeft die instemming gevraagd noch gekregen. De OR heeft zich op de nietigheid van het besluit beroepen. De bestuurder is van mening dat het genomen besluit valt binnen de mogelijkheden van de regeling en niet instemmingsplichtig is.

Advies van de commissie
De commissie is van mening dat er geen sprake is van een wijziging van een regeling in de zin van artikel 27, lid 1, van de WOR. Het all-share plan bepaalt dat het bedrijf op elk moment kan bepalen om het plan niet uit te voeren of om het plan af te schaffen. Bestuurder kan jaarlijks bepalen of hij een deel van de winst wil reserveren voor toekenning op grond van het all-share plan. Het voorgenomen besluit van bestuurder om tot nadere kennisgeving geen toekenningen te zullen verlenen in het kader van het all-share plan is dan ook een bevoegdheid die bestaat op grond van het plan zelf en is daarmee geen wijziging van een regeling in de zin van artikel 27, lid 1, van de WOR. De OR heeft volgens de commissie dan ook geen instemmingsrecht ten aanzien van dit besluit.
Op verzoek van partijen is de commissie nader ingegaan op de vraag of in casu sprake is van een winstdelingsregeling. De commissie is, op basis van de beschikbare informatie, van mening dat dat niet het geval is. De discretionaire bevoegdheid om wel of geen deel van de winst te reserveren voor het all-share plan geeft aan dat het gaat om een onverplichte winstuitkering van de ondernemer. Omdat bovendien jaarlijks wordt bepaald of er winst wordt gereserveerd voor het all-share plan, zou tevens gesproken kunnen worden van een eenmalige uitkering, die desgewenst herhaald kan worden. Daarbij is de toekenning van aandelen reeds enkele jaren niet meer afhankelijk van resultaten (op collectief niveau) en is het nog onduidelijk of en hoe dit in de toekomst zal wijzigen.

NB
De OR gaat vervolgens naar de kantonrechter die uitspraak doet op 17 juli 2012 (1).
Deze stelt dat het besluit wel instemmingsplichtig is. De kantonrechter oordeelt dat hier sprake is van een winstdelingsregeling en dat gekeken moet worden naar het doel van de regeling. Het doel van de regeling was om een manier te vinden waarop de werknemers, ongeacht de individuele prestaties mee konden delen in een jaarlijks vast te stellen gedeelte van de winst. Volgens de kantonrechter was er hierdoor sprake van een winstdelingsregeling. Het systeem is bedoeld om gedurende meerdere jaren uitvoering aan de toekenning
te geven, waarbij ieder jaar wordt beslist over de hoogte van het bedrag. De jaarlijkse beslissing op zichzelf is niet instemmingsplichtig, maar de mededeling dat het systeem feitelijk wordt stopgezet (‘tot nadere kennisgeving’) is dat wel. Het besluit was daarmee instemmingsplichtig. Het feit dat het besluit is genomen door het Britse hoofdkantoor en niet door bestuurder in Nederland doet daar niet aan af.

  1. Kantonrechter Amsterdam, 17 juli 2012, JAR2012/212
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore