Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.018

Sector: dienstverlening

Trefwoordeninstemmingsrecht, eindejaarsuitkering, verlofdagen

Kern van het geschil
De OR legt drie zaken voor:
1) Het besluit van de bestuurder om een aantal vrije dagen te laten vervallen, zonder instemming te vragen. Volgens de OR geldt binnen de onderneming al 30 jaar een aantal (extra) vrije dagen met recht op compensatie wanneer deze op een zaterdag of zondag vallen. Het eenzijdig en zonder instemming van de OR laten vervallen hiervan is in strijd met art. 27 WOR.
2) Verschil van mening over de benaming van de 13e maand. Voor de 13e maand is systematisch loonruimte afgestaan om deze op te bouwen. Hierdoor is deze zogenoemde ‘eindejaarsbonus’ gelijk aan een volledige 13e maand. Omdat het personeel dit gefinancierd heeft, kan het volgens de OR geen ‘bonus’ meer genoemd worden. Het wijzigen van de benaming is (mede) van belang omdat de uitkering (dan) meetelt bij de vaststelling van de hoogte van de vakantiebijslag.
3) Bestuurder komt de verplichtingen op grond van de WOR bij verandering van onder meer de arbeidsvoorwaarden niet na.

Bestuurder brengt naar aanleiding van het verzoek van de OR zelf twee andere punten in: de pensioenregeling en de tegemoetkoming in de ziektekosten. Het personeel heeft meerdere nationaliteiten en de onderneming heeft met meerdere nationale regelingen te maken, waarbij volgens bestuurder altijd getracht is om een redelijke balans te vinden tussen de gewoonten en gebruiken van het gastland en de beschikbare financiële ruimte van de (Britse) overheidsfinanciën. Bestuurder vindt dat zowel de primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden niet onderdoen voor hetgeen in Nederland marktconform is. Volgens bestuurder ontbreekt het in dit kader aan realiteitsbesef bij de OR.

Overwegingen en advies van de commissie
Tijdens de zitting constateert de commissie dat er kennelijk onduidelijkheid en wellicht ook miscommunicatie is (wellicht mede door de verschillende nationaliteiten en talen) over de afspraken die er op het gebied van de arbeidsvoorwaarden zijn en worden gemaakt.
De commissie is van oordeel dat het besluit m.b.t. de vrije dagen een onderwerp betreft dat conform art. 27, lid 1, onder a WOR ter instemming had moeten worden voorgelegd. Vanwege het jarenlang toekennen, het ‘ineens’ laten vervallen ervan en het verschil met werknemers van andere nationaliteit(en), ligt het op de weg van bestuurder dit te bespreken en in overleg met de OR tot een goede werkwijze te komen. Ter zitting toont bestuurder bereidheid om een deel van de vrije dagen te laten behouden. De commissie raadt partijen aan om duidelijke afspraken te maken over welke vrije dagen er voortaan gelden en welke niet en om een goede balans te vinden tussen Nederlandse nationale feestdagen en buitenlandse feestdagen. De commissie geeft nog mee dat de (huidige) compensatiebepaling voor nationale feestdagen die in het weekend vallen, in Nederland niet gebruikelijk is. De commissie adviseert partijen verder om de andere (vier) onderwerpen niet in het kader de medezeggenschap, maar bij de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden te bespreken. De commissie wijst de OR er op dat het (enkel) wijzigen van de benaming van de eindejaarsuitkering in 13e maand, het nog geen loonbestanddeel maakt dat bij de bepaling van de vakantiebijslag wordt meegeteld. Ze raadt de OR aan om de gemaakte afspraken voortaan goed vast te leggen, opdat er (ook bij een opvolgende bestuurder en/of OR) geen onduidelijkheid is.

NB
De commissie is nadien geïnformeerd dat partijen naar aanleiding van het advies overleg hebben gevoerd, maar dat de OR een finaal aanbod van werkgeverszijde niet heeft kunnen accepteren. De OR is met betrekking tot de punten over het aantal vrije dagen en de tegemoetkoming in de ziektekosten naar de rechter gestapt. Bij uitspraak van 26 november 2012 is het verzoek van de OR afgewezen omdat de OR geen instemmingsrecht heeft met betrekking tot de vaststelling of wijziging van primaire arbeidsvoorwaarden. Het besluit omtrent de feestdagen betreft een regeling van het aantal extra buitenwettelijke dagen, waarop niet gewerkt hoeft te worden en daarmee betreft het geen regeling die valt onder een arbeids- en rusttijdenregeling in de zin van art. 27, lid 1 onder b, WOR. Verder is het besluit omtrent de vergoeding van de ziektekostenpremie niet een besluit omtrent een beloningssysteem in de zin van art. 27, lid 1 onder c, WOR maar grijpt het in op een primaire arbeidsvoorwaarde, namelijk het loon. Ook op dit besluit heeft de OR volgens de rechter geen instemmingsrecht (1).

  1. Kantonrechter Maastricht, zaak/rep.nr.487117/EJ VERZ 12-206
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore