Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.030

Sector: industrie

Trefwoordeninstemmingsrecht, vertrouwen, onderlinge verhoudingen

Kern van het geschil
Het geschil betreft het (oneigenlijke) gebruik van camera’s in de onderneming, waarvan de OR stelt dat deze worden gebruikt als personeelsvolgsysteem. De OR geeft aan dat er geregeld klachten binnenkomen dat er camera’s worden gebruikt om medewerkers op hun gedrag aan te spreken. De OR stelt nooit instemming te hebben verleend voor het gebruik van camera’s voor andere doelstellingen dan het tegengaan van diefstal bij de uitgangen en het in de gaten houden van het productieproces. De bestuurder stelt dat de OR formeel juridisch niet (meer) in de positie verkeert om het gebruik van de thans binnen de organisatie aanwezige camera’s aan banden te leggen/te verbieden.

Advies van de commissie
Tijdens de bemiddelingszitting is naar voren gekomen dat de opstelling van de OR ten minste mede voortkomt uit wantrouwen/achterdocht dat de organisatie het cameratoezicht gebruikt voor het volgen van haar medewerkers. De commissie heeft partijen tijdens de zitting geadviseerd om zo snel mogelijk aan de slag te gaan om, zo mogelijk met behulp van een onafhankelijk deskundige, het protocol cameratoezicht op te stellen en daarnaast te werken aan het verbeteren van het onderling vertrouwen en de intermenselijke relatie tussen partijen. Partijen hebben hierin toegestemd, zijn de nadere dialoog aangegaan, maar zijn vervolgens uiteindelijk niet tot resultaat gekomen. In deze laatste fase blijken partijen elkaar dicht genaderd te zijn. Ook voor wat betreft het nog voorliggende geschilpunt constateert de commissie dat dit feitelijk een vertrouwenskwestie betreft.

De commissie concludeert in haar vervolgens uitgebrachte schriftelijke advies dat partijen het inmiddels grotendeels eens zijn geworden over de inhoud van het cameraprotocol en adviseert partijen dan ook dit protocol zo snel mogelijk vast te stellen. Ten aanzien van het aspect dat partijen nog verdeeld houdt - de vraag welke functionarissen bevoegd zijn om live mee te kijken - adviseert de commissie partijen met het gedane voorstel van de bestuurder tot voorlopige overeenstemming te komen. Dit betekent dat partijen deze regeling tijdelijk opnemen in het protocol en dat zij ten aanzien van dit punt een evaluatieperiode afspreken. Daarbij kan tevens worden afgesproken dat de OR periodiek inzicht moet kunnen krijgen in het aantal gevallen waarin de betreffende functionarissen hebben meegekeken en wat de reden hiervan was. Aan de hand van de evaluatie kunnen partijen de tijdelijkheid van de overeenstemming over dit punt schrappen of het protocol aanpassen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore