Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.034

Sector: dienstverlening

Trefwoordeninformatieverstrekking, geheimhouding, onderlinge verhoudingen, geen ruimte tot bemiddeling

Kern van het geschil
De OR verzoekt om nadere informatie ten behoeve van een adviesaanvraag betreffende de inschakeling van een adviseur (in verband met een op handen zijnde grootschalige veranderingen binnen de organisatiestructuur). Bestuurder heeft laten weten de verzochte informatie, op één onderdeel na, niet te zullen verstrekken. Daarnaast wenst de OR van bestuurder te vernemen op welke onderdelen van de adviesaanvraag geheimhouding ligt. De OR is van mening dat hij recht heeft op de gevraagde informatie en dat de absolute geheimhoudingsplicht die hem is opgelegd door bestuurder in strijd is met de verplichting van de ondernemer ex artikel 17 WOR om de OR in staat te stellen zijn achterban te raadplegen. Bestuurder weigert volgens de OR aan te geven welke onderdelen onder de geheimhouding vallen.

Schriftelijke procedure
Bestuurder heeft meegedeeld ten aanzien van het bemiddelingsverzoek van de OR geen verweerschrift in te zullen dienen en ook niet naar de bemiddelingszitting te komen. Bestuurder was van mening dat hij (inmiddels) voldaan had aan de verzoeken van de OR en ziet geen reden meer om de zitting bij te wonen. Aangezien de commissie geen mogelijkheid tot bemiddeling ziet indien één der partijen niet op de zitting verschijnt, is het bemiddelingsverzoek schriftelijk behandeld en is de commissie aan de hand van de ingediende stukken tot een advies gekomen.

Advies van de commissie
Op de achtergrond van het verzoek speelt, zoals uit de stukken naar voren komt, een gebrek aan vertrouwen tussen OR en bestuurder. Partijen hebben in het begin van het proces de gezamenlijke conclusie getrokken dat hierin verandering nodig is en hebben hiertoe medio 2012, onder begeleiding van een externe deskundige, een gesprekssessie belegd. Dit gezamenlijke initiatief heeft, gelet op het feit dat partijen niet nader tot elkaar zijn gekomen en een der partijen niet bereid is gebleken mee te werken aan een mogelijke bemiddeling
via de bedrijfscommissie, niet tot het beoogde resultaat geleid. De commissie kan begrijpen dat het voor de OR van groot belang is dat hij volledig en juist geïnformeerd van advies kan dienen. Het is ook van belang dat als bij bestuurder bezwaar zou bestaan om bepaalde informatie te verstrekken, hierover inhoudelijk overleg plaatsvindt. Daarbij kunnen tegelijkertijd afspraken worden gemaakt dat over bepaalde onderdelen van de informatie geheimhouding wordt betracht. Gelet op de opstelling van bestuurder ten aanzien van het bemiddelingsverzoek kan de commissie niet anders dan vaststellen dat een minnelijke beslechting van het geschil niet tot de mogelijkheden behoort. Naar zij meent is alleen een (juridische) oplossing mogelijk via de rechter. Zij geeft partijen, c.q. de meest gerede partij dan ook in overweging een verzoek ex artikel 36 lid 3 WOR te richten aan de kantonrechter.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore