Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.037

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: benadeling

Kern van het geschil
Het jaarcontract van een van de medewerkers (betrokkene) van het bedrijf wordt niet verlengd. Eerder was het jaarcontract wel al drie keer verlengd. Verzoekers (de personeelsvertegenwoordiging (PVT) en betrokkene) zijn van oordeel dat het niet verlengen van het jaarcontract verband houdt met de rol die betrokkene heeft gespeeld bij de totstandkoming van de PVT en zijn werkzaamheden voor de PVT na de oprichting daarvan. Betrokkene had zich in de organisatie kritisch uitgelaten over de nieuwe dienstroosters. De PVT doet een beroep op het bepaalde in artikel 21 WOR, dat de bescherming tegen benadeling van betrokkenen bij de medezeggenschap regelt. De bestuurder is van oordeel dat dit artikel niet van toepassing is, omdat het niet verlengen van het arbeidscontract niets te maken heeft met de rol die betrokkene heeft gespeeld in de PVT. De bestuurder geeft aan dat te hoge loonkosten, alsmede de werkhouding en de persoonlijkheid van betrokkene oorzaak zijn geweest van het niet verlengen van het arbeidscontract.

Advies van de commissie
De commissie kan zich wel voorstellen dat bij verzoekers de indruk heeft kunnen postvatten dat het niet verlengen van het arbeidscontract van betrokkene voortvloeit uit zijn activiteiten als (kandidaat)lid van de PVT, maar zij is niet overtuigd van een rechtstreeks verband tussen deze gestelde benadeling en de activiteiten van verzoeker als lid of kandidaat-lid van de PVT. Daarbij speelt mee dat ook andere arbeidscontracten niet zijn verlengd, alsmede dat de totale loonkosten in de loop van het jaar zijn verlaagd, mede als gevolg van het niet langer verlengen van arbeidscontracten zoals die met betrokkene. Bovendien is in de plaats van betrokkene na diens vertrek geen nieuwe medewerker aangetrokken om in de aldus ontstane vacature te voorzien, maar zijn diens werkzaamheden binnen het bestaande rooster opgevangen.

Volgens de commissie had de besluitvorming over het al dan niet verlengen van het arbeidscontract wellicht anders kunnen uitvallen als er op dat moment een andere leidinggevende was geweest. Ter voorkoming van situaties als de onderhavige in de toekomst adviseert de commissie bestuurder en PVT met elkaar overleg te voeren over de vraag hoe moet worden omgegaan met de besluitvorming over het al dan niet verlengen van tijdelijke contracten van leden van de PVT. Het is verstandig dat daarover tussen partijen van te voren heldere en eenduidige afspraken worden gemaakt.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore