Bemiddelingsadvies BC Markt I 12.043

Sector: detailhandel

Trefwoorden: kiesgroepen, handtekeningen vrije kandidatenlijst, zeteltal OR

Kern van het geschil

Het geschil betreft een aantal bezwaren van twee vakbonden ten aanzien van de in te richten (afzonderlijke) medezeggenschap bij twee bedrijfsonderdelen van een groot concern. Het gaat concreet om de volgens de bonden onevenwichtige indeling in kiesgroepen, het (te lage) aantal leden van de OR en het te lage vereiste aantal handtekeningen voor het kunnen indienen van een vrije kandidatenlijst.

Advies van de commissie

De commissie heeft moeten vaststellen dat partijen niet nader tot elkaar (kunnen) komen en dat bemiddeling in dit geschil niet mogelijk is. Voor wat betreft het aantal OR-leden merkt de commissie op dat dit aantal in beginsel dient te worden bepaald aan de hand van het werknemersbegrip in de WOR. In de situatie waarin er nog geen OR is dient dan te worden uitgegaan van de wettelijke uitgangspunten (artikel 6 WOR). Na instelling van de OR kan, in samenspraak tussen deze OR en de bestuurder, voor een volgende zittingsperiode, worden geopteerd voor een ander ledental van de OR. Hoewel de commissie begrip kan opbrengen voor het feit dat de bestuurder in overleg met de bestaande OR op deze wijze (mede) heeft willen inspelen op de situatie rond de medezeggenschap binnen het concern, meent zij dat deze handelwijze niet in overeenstemming is met (de systematiek van) de WOR.

Voor wat betreft het vereiste aantal handtekeningen voor het indienen van een vrije kandidatenlijst is het uitgangspunt van de WOR naar de mening van de commissie volstrekt helder: een derde van de kiesgerechtigde ongeorganiseerde werknemers, met een maximum van dertig1. Naar het oordeel van de commissie dient dit uitgangspunt leidend te zijn, temeer nu tussen alle bij de OR-verkiezingen betrokken partijen geen overeenstemming bestaat over een ander te hanteren maximum.

Op grond van het voorgaande adviseert de commissie de verkiezingen voor de OR’en binnen de bedrijfsonderdelen te laten plaatsvinden langs de lijn van de WOR en daarbij derhalve uit te gaan van de wettelijke zetelaantallen. Een en ander zal ook kunnen leiden tot een aanpassing van de (verdeling in) kiesgroepen, waarbij mogelijkheden ontstaan voor een meer evenwichtige verdeling. Het is de ondernemer die er verantwoordelijk voor is dat de verkiezingen voor de in te stellen OR’en zullen worden gehouden in overeenstemming met de wettelijke bepalingen. Nadat de verkiezingen conform de WOR zijn gehouden en de OR’en zijn ingesteld, is het aan de nieuwe OR’en om het definitieve OR-reglement vast te stellen. Daarbij kan maatwerk worden bereikt door al dan niet de in casu voorliggende geschilpunten naar eigen wens aan te passen.

NB

Zie ook het bemiddelingsverzoek BC I 13.009 (en de daar in de voetnoten opgenomen rechterlijke uitspraken). 


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore