Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.003

Sector: welzijn

Trefwoorden: cao, instemmingsrecht

Kern van het geschil
Het gaat in dit geschil om een verlaging van de hoogte van de feestdagcompensatie van 8 naar 7,2 uur waarvoor de OR geen instemming voor verleent. De OR is van mening dat de bestuurder in strijd handelt met een goede toepassing van artikel 27 van de WOR. Volgens de bestuurder is de verlaging van de feestdagcompensatie een logisch gevolg van de invoering van de jaarurensystematiek (JUS) uit de vigerende cao voor de Gehandicaptenzorg, om invoering waarvan de OR in 2009 zelf verzocht heeft.

Advies van de commissie
Gelet op het feit dat de JUS kennelijk (nog) niet naar behoren wordt uitgevoerd, adviseert de commissie om de aangekondigde evaluatie door een breed en paritair samengestelde werkgroep met een onafhankelijk voorzitter te laten uitvoeren. Deze werkgroep zal de JUS-implementatie in brede zin evalueren en aan de hand van een tijdspad en een plan van aanpak werken. Geconstateerde knelpunten zullen lopende het traject opgelost (moeten) worden. De OR en het personeel worden in de gelegenheid gesteld om de evaluatie zorgvuldig te
monitoren. Het verloop van dit traject wordt een vast agendapunt van de overlegvergadering. Het doel van het traject is dat de JUS naar ieders tevredenheid en goed geïmplementeerd wordt.

Daarnaast is de commissie van oordeel dat indien gekozen wordt voor de toepassing van de JUS-systematiek uit de cao, de systematiek daarvan dan ook integraal behoort te worden ingevoerd, en dus zonder behoud van de oude feestdagcompensatieregeling. De commissie adviseert in dat kader een overgangsregeling te hanteren van twee jaar. Het verschil van 0,8 wordt in twee stappen naar 0 gebracht: dit betekent per 1 januari 2013 een verlaging van 8 naar 7,6 en per 1 januari 2014 een verlaging naar 7,2. De correcte implementatie en uitvoering van de JUS zou vanaf 1 januari 2014 dan een feit moeten zijn.

De commissie geeft partijen mee dat het, gezien de eerder tussen partijen gemaakte afspraken, inderdaad een onderwerp betreft waarvoor de OR op basis van artikel 27 van de WOR om instemming dient te worden verzocht. Conform artikel 27, lid 4 van de WOR kan de bestuurder vervangende toestemming vragen aan de kantonrechter indien de OR instemming heeft geweigerd. De kantonrechter kan toestemming geven, indien de beslissing van de OR om geen instemming te geven onredelijk is of indien het voorgenomen besluit van de
ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.

NB
De OR heeft de Bedrijfscommissie Markt II nadien geïnformeerd dat het advies van de commissie integraal zal worden overgenomen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore