Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.006

Sector: onderwijs

Trefwoorden: arbodienstverlening, instemmingsrecht, communicatie

Kern van het geschil
De OR gaat niet akkoord met de door de bestuurder per 1 januari 2012 eenzijdig doorgevoerde verandering van de wijze waarop de arbodienstverlening, als bedoeld in art. 14, lid 1 van de Arbowet, bij de onderneming van bestuurder is geregeld.
Daarvóór was de arbodienstverlening geregeld door middel van een contract met een gecertificeerde arbodienst als bedoeld in artikel 14a, lid 2 van de Arbowet (ook wel: de vangnetregeling genoemd). Voor de periode vanaf 1 januari 2012 is een contract aangegaan met een door bestuurder zelf gekozen gecertificeerde bedrijfsarts én heeft bestuurder een zelf gekozen gecertificeerde arbeidsdeskundige in dienst genomen (ook wel: de maatwerkregeling genoemd). De OR is wel om instemming gevraagd, maar in een erg laat stadium, toen de
plannen al vaste vormen hadden aangenomen. De OR stelt dat het besluit van bestuurder nietig is en wil dat er opnieuw overleg gevoerd wordt.

Overwegingen en advies van de commissie
De commissie concludeert op basis van de stukken dat de OR niet tijdig de nietigheid van het besluit heeft ingeroepen. Ter zitting constateert de commissie dat de inhoudelijke visie op het ziekteverzuimbeleid tussen partijen op zich zelf niet ter discussie staat. Deze visie houdt in dat aan de arbeidsdeskundige in de preventie en de eerste fase van (de begeleiding van) het ziekteverzuim een centrale rol wordt toegekend en dat de bedrijfsarts meer een rol op de achtergrond heeft. Daarnaast heeft de eigen verantwoordelijkheid van de
medewerker een prominentere plaats binnen het ziekteverzuimbeleid gekregen. De commissie meent dat partijen elkaar inhoudelijk hadden kunnen vinden, indien er vanaf het begin van de gedachtevorming en communicatie sprake was geweest van in open overleg gezamenlijk optrekken. Naar de indruk van de commissie is het vooral misgegaan op het vlak van een open en tijdige communicatie tussen partijen. De commissie kan zich in dat opzicht wel indenken dat bij de OR in de loop van het proces gevoelens van onvrede, gepasseerd voelen en niet serieus genomen worden hebben post gevat.
Mogelijk komt dit doordat de WOR voor deze tak van de onderwijssector nog relatief nieuw is en men nog moet wennen aan de wijze van betrekken van de OR in het advies-, instemmings- en besluitvormingstraject op grond van de WOR. De commissie adviseert partijen reeds nu in overleg te gaan over de vraag aan welke criteria de inhoud en vormgeving van de arbodienstverlening in 2013 dient te voldoen. De arbodienstverlening moet hierbij als één totaalpakket worden beschouwd, waarvan de arbeidsdeskundige onlosmakelijk deel
uitmaakt en waarvoor het instemmingsrecht geldt, conform art. 27, lid 1 onder d van de WOR.

Bestuurder geeft aan te hechten aan het tot zijn recht kunnen komen van goede medezeggenschap en het belang daarvan voor het uiteindelijke resultaat te onderkennen. De OR verklaart zich bereid om van de kwestie van de inrichting van de arbodienstverlening in 2012 geen ‘halszaak’ te maken, er van uitgaande dat de inhoud en vormgeving van het pakket arbodienstverlening vanaf 2013 open en zonder vaststaande uitkomst op de overlegtafel ligt.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore