Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.014

Sector: zorg

Trefwoorden: cao, instemming, arbeidsvoorwaarden

Kern van het geschil
Het geschil in deze zaak speelt bij twee ziekenhuizen die een aantal jaren geleden bestuurlijk zijn gefuseerd en op termijn juridisch zullen fuseren. Eén stap in dit traject is het harmoniseren van arbeidsvoorwaarden. Een werkgroep waarin ook OR-leden zitting hadden heeft een harmonisatiepakket voorgesteld en de bestuurder heeft dit overgenomen op één element na, de compensatie van feestdagen. In de cao Ziekenhuizen worden feestdagen gecompenseerd met 7,2 uur. Bij een van de twee ziekenhuizen wordt echter een feestdagencompensatie gehanteerd van 8 uur omdat bestuurder en de OR op grond van de cao samen destijds een afwijkende afspraak hebben gemaakt. De bestuurder wil de compensatieregeling voor feestdagen voor de gehele organisatie harmoniseren op 7,2 uur per feestdag. De OR wenst daarentegen een compensatieregeling van 8 uur per feestdag voor de reeds in dienst zijnde medewerkers en voor medewerkers die nieuw in dienst treden een compensatie van 7,2 uur per feestdag.

Advies van de commissie
De commissie komt tot de conclusie dat met de terminologie uit de cao (‘overleg met’ en ‘overeenstemming’) sprake is van instemmingsrecht volgens artikel 27 WOR. Voor zover de bestuurder op grond van de cao in overleg met de OR van de cao kan afwijken dient het wijzigen van zo’n afspraak via dezelfde route te geschieden, dus ook via een instemmingsprocedure.
De commissie adviseert partijen over de feestdagencompensatie nog nader te overleggen en de rest van het voorliggende harmonisatiepakket per 1 januari 2013 (alvast) in te voeren. Ten aanzien van de feestdagencompensatie adviseert de commissie om geen ‘uitgroeiregeling’ overeen te komen zoals de OR voorstelt maar per 1 januari 2014 voor iedereen een feestdagcompensatie van 7,2 uur te hanteren omdat dit de basisregel van de cao is, het hanteren van twee regimes (te weten de ene groep 8 uur en de andere groep 7,2 uur als compensatie) niet wenselijk is en de Commissie Gelijke Behandeling regelmatig heeft geoordeeld dat het hanteren van
twee regimes naast elkaar alleen acceptabel is voor een beperkte afgebakende overgangstermijn; als dit voor lange duur is, dan is er sprake van strijd met de Wet gelijke behandeling.
Tot slot adviseert de commissie het geld dat op deze manier bespaard wordt, aan te merken als ‘werknemersgeld’ en dit door de bestuurder (in overleg met de OR) in te laten zetten voor het faciliteren van werknemers.

Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij zich zullen neerleggen bij het advies van de bedrijfscommissie.

NB
Enige maanden na het uitgebrachte advies is van bestuurder vernomen dat, conform het advies, alle regelingen, met uitzondering van de regeling met betrekking tot het feestdagenverlof, per 1 januari 2013 van kracht zijn geworden.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore