Bemiddelingsadvies BC Markt II 12.019

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: adviesrecht, cao, reorganisatie, onderlinge verhoudingen

Kern van het geschil
Het geschil betreft de vraag of sprake is van een reorganisatie in de zin van de WOR. Aanleiding voor het geschil is het stopzetten van een van de projecten van de organisatie (door een externe opdrachtgever) waardoor de bestuurder zich genoodzaakt ziet een aantal werknemers te ontslaan. De OR is van mening dat er sprake is van een reorganisatie en heeft bestuurder erop gewezen dat er in dat geval een reorganisatieplan dient te worden opgesteld dat aan de OR moet worden voorgelegd voor advies. Naar de mening van de bestuurder is er geen sprake van een reorganisatie en daarom ook niet van een adviesplichtige situatie. Bestuurder beroept zich er op dat de betreffende situatie volgens de van toepassing zijnde cao geen reorganisatie is en dat het niet de organisatie zelf is, maar een andere organisatie die het besluit (stopzetten van het project) heeft genomen.

Advies van de commissie
De commissie merkt allereerst op dat zij geen uitspraken doet over cao-bepalingen omdat het niet aan de bedrijfscommissie is zich een oordeel te vormen over interpretatievraagstukken uit een cao of een sociaal beleidskader. De commissie concludeert dat in medezeggenschapsrechtelijke zin in deze situatie onder ‘besluit’ moet worden verstaan het voornemen van de bestuurder (van de organisatie) om een aantal medewerkers ontslag aan te zeggen hetgeen (al dan niet) is aan te merken als een reorganisatie.

Getoetst aan artikel 25, eerste lid, sub e van de WOR komt de commissie tot haar oordeel dat in casu sprake is van een belangrijke wijziging in de organisatie en dat derhalve over dit voorgenomen besluit aan de OR advies gevraagd (had) moet(en) worden. De commissie benadrukt daarbij dat cao-bepalingen geen afbreuk kunnen doen aan de rechten op grond van de WOR (in dit geval genoemd adviesrecht). De commissie merkt voorts op dat dit niet betekent dat het (nu) aan de OR is om op de stoel van de bestuurder te gaan zitten. De OR dient krachtens artikel 25 van de WOR door de ondernemer in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen
over zijn voorgenomen besluit tot belangrijke wijziging in de organisatie. Tot slot adviseert de commissie partijen te werken aan de onderlinge communicatie en verhoudingen.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore