Bemiddelingsadvies BC MI 13.001

Sector: industrie

Trefwoorden: instemmingsrecht, nietigheid

Kern van het geschil

Aan de orde is een door de bestuurder voorgenomen wijziging van de regeling Lenen van Personeel. Hierin wordt geregeld hoe de onderneming omgaat met het uitlenen van personeel. De bestuurder heeft de wijziging aan de OR voor een reactie voorgelegd en deze heeft aangegeven er niet mee te kunnen instemmen. Omdat de OR voorts constateert dat de bestuurder zich niet meer houdt aan de geldende regeling en derhalve materieel de bestaande regeling al heeft gewijzigd, heeft hij de nietigheid van deze wijziging ingeroepen.

Advies van de commissie

De commissie laat in casu in het midden of de regeling moet worden beschouwd als een van de onderwerpen, waarover in artikel 27 van de WOR is bepaald dat een OR het recht van instemming heeft. Geconstateerd wordt namelijk dat in de regeling zelf is bepaald dat aanpassing van de regeling zal plaatsvinden in overleg tussen de directie en de OR. De commissie constateert dat het echte probleem dat partijen verdeeld houdt de vraag is of de bestuurder de regeling wel in alle gevallen en op de juiste wijze toepast en of in gevallen van structurele overplaatsing, waarbij de regeling derhalve niet van toepassing is, wel op de juiste wijze wordt gehandeld. Tevens speelt daarbij de door beide partijen geuite wens om in gelijke gevallen gelijk te handelen (volgens het criterium: gelijke monniken, gelijke kappen). Het is niet aan de commissie om zich een inhoudelijk oordeel te vormen over de vraag of in individuele gevallen op een juiste wijze toepassing wordt gegeven aan bestaande regelingen. De commissie ziet in deze kwestie ter beslechting van het geschil de volgende mogelijkheid: Bestuurder en OR benoemen gezamenlijk een begeleidingscommissie, die bestaat uit vier personen, twee namens de ondernemingsraad en twee namens de bestuurder, die zo mogelijk wordt voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter. Deze begeleidingscommissie bespreekt voortaan alle nieuwe gevallen waarin medewerkers tijdelijk of structureel moeten worden overgeplaatst. Daarbij geeft de begeleidingscommissie een advies aan de bestuurder over het al dan niet van toepassing zijn van de regeling, dan wel het moeten beschouwen van een overplaatsing als structureel, waardoor de regeling niet van toepassing is. De begeleidingscommissie adviseert daarbij eerst een heldere, door beide partijen geaccepteerde, definitie op te stellen van de begrippen ‘tijdelijke overplaatsing’ en ‘structurele overplaatsing’. Voorts geeft de commissie partijen nadrukkelijk in overweging de begeleidingscommissie ook te laten kijken naar enkele oude gevallen, waarin de betreffende medewerkers zelf hebben aangegeven het niet met de ten aanzien hen gehanteerde handelwijze eens te zijn. Dit om enerzijds te voorkomen dat die betreffende medewerkers tussen wal en schip geraken en anderzijds om lessen uit te trekken richting de toekomst.

NB

In vervolg op het advies heeft de OR de BC Markt I laten weten dat hij in overleg met de bestuurder tot een oplossing is gekomen, hieruit bestaande dat de OR de medewerkers waarbij de onderhavige oude gevallen spelen, gewezen heeft op de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de al bestaande klachtencommissie van de organisatie. In deze commissie is de OR vertegenwoordigd. Om de interne mobiliteit voor de toekomst beter te regelen is de verwachting dat partijen zullen spreken over een nieuwe regeling interne mobiliteit. 


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore