Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.002

Sector: ICT

Trefwoorden: instemmingsrecht

Kern van het geschil

Tussen de COR/GOR en de bestuurder speelt een geschil over de vraag of de invoering van het ‘Compensatie-programma 2012’ een instemmingsplichtig besluit betreft in de zin van artikel 27, dan wel artikel 32 WOR. In 2007 heeft de organisatie een wijziging in haar beloningssysteem, ook wel ‘het compensatieprogramma’ genaamd, doorgevoerd. Hiervoor is destijds, voor de duur van één jaar, instemming gevraagd en verkregen van de raad. Ook in de jaren 2008 t/m 2011 heeft de organisatie elk jaar voor de wijziging van het beloningssysteem instemming voor de duur van één jaar gevraagd en verkregen. Voor de invoering van het compensatieprogramma 2012 heeft de bestuurder aanvankelijk geweigerd de raad om instemming te vragen; uiteindelijk is ‘voor zover vereist’ alsnog instemming gevraagd, maar heeft de raad zijn instemming onthouden. Desalniettemin heeft de bestuurder besloten over te gaan tot uitvoering van dit programma.

Advies van de commissie

Het is de commissie duidelijk geworden dat partijen niet nader tot elkaar gebracht kunnen worden en dat bemiddeling in dit geschil dan ook niet mogelijk is. 

De commissie constateert dat tussen partijen geen verschil van mening lijkt te bestaan over het feit dat met de invoering van het compensatieprogramma in 2007 feitelijk sprake was van een wijziging van de beloningssystematiek binnen de organisatie. Voor zover over de instemmingsplichtigheid toch meer genuanceerd zou kunnen worden gedacht, kan door de feitelijk gevolgde handelwijze van de bestuurder, het daadwerkelijk vragen van de instemming van de COR/GOR, het instemmingsrecht van de COR/GOR ten aanzien van de invoering van het compensatieprogramma tussen partijen onomstreden worden geacht. 

Uit de in 2007 gevolgde instemmingsprocedure (en ook die in de jaren daarna) blijkt naar het oordeel van de commissie onmiskenbaar dat tussen partijen is overeengekomen dat de beoogde systeemwijziging in 2007 (vooralsnog) een maximale geldigheidsduur zou hebben van één jaar. Een jaar later (in 2008) en in de daarop volgende jaren, lag steeds dezelfde systeemwijziging ter instemming voor aan de COR/GOR en is de verleende instemming van de COR/GOR steeds gekoppeld aan dezelfde maximale geldigheidsduur van een jaar. Naar het de commissie voorkomt volgt daaruit dat, indien de COR/GOR in een van deze jaren niet zou hebben ingestemd met het voorgenomen besluit, de betreffende wijziging vanaf dat jaar niet meer zou gelden en dat teruggegaan zou moeten worden naar de situatie van vóór 2007. Voor zover uit de stukken blijkt is in elk geval nooit sprake geweest van een voor onbepaalde duur ingevoerde, door de COR/GOR geaccordeerde systeemwijziging. 

Feitelijk betekent dit dat telkenjare aan de orde is een (instemmingsplichtig) voorgenomen besluit tot (her)invoering van een gewijzigde beloningssystematiek. Nu in 2012 in feite ook weer dezelfde situatie aan de orde is betekent dit naar het oordeel van de commissie dat, nu de COR/GOR zijn instemming aan het voorgenomen besluit heeft onthouden, dient te worden teruggegaan naar de situatie, althans de beloningssystematiek van vóór 2007. Uiteraard staat het de bestuurder vrij, indien hij van oordeel is dat de COR/GOR ten onrechte zijn instemming heeft onthouden, de kantonrechter vervangende toestemming te vragen voor de tenuitvoerlegging van zijn voorgenomen besluit


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore