Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.010

Sector: dienstverlening


Kern van het geschil 

Het voorgenomen besluit van de bestuurder tot het verwijderen van de automatische prijscompensatie uit het arbeidsvoorwaardenreglement (hierna: avr) valt te kwalificeren als het wijzigen of het intrekken van een belonings- of een functiewaarderingssysteem. Naar de mening van de bestuurder is de beslissing van de OR om geen instemming te verlenen onredelijk. Het voorgenomen besluit wordt naar de mening van de bestuurder gevergd door zwaarwegende bedrijfseconomische en bedrijfssociale redenen. 

Advies van de commissie

De commissie stelt vast dat het voorgenomen besluit tot het stopzetten van de automatische prijscompensatie c.q. het verwijderen daarvan uit het avr te kwalificeren valt als een wijziging van een beloningssysteem in de zin van artikel 27, lid 1 onder c WOR. De ondernemer behoeft hiervoor de instemming van de OR. Artikel 27, lid 4 WOR bepaalt dat de ondernemer, bij niet verkregen instemming van de OR, na bemiddeling/advies van de bedrijfscommissie, de kantonrechter toestemming kan vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de beslissing van de OR om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen. 

De commissie heeft ter zitting aangegeven ten minste twijfels te hebben of de door de bestuurder aangevoerde redenen voldoende grond bieden om het voorgenomen besluit te rechtvaardigen. In ieder geval zal een eventuele stap naar de kantonrechter in dit opzicht een onzekere stap zijn die naar verwachting, welke de uitkomst ook zal zijn, partijen niet nader tot elkaar zal brengen. De commissie adviseert partijen dan ook om te werken aan een alternatief voor het verdwijnen van de automatische prijscompensatie. Op partijen rust de verantwoordelijkheid om zo snel mogelijk in gezamenlijk overleg tot een nieuwe regeling te komen, uiteraard met daarbij nader te omschrijven en in acht te nemen randvoorwaarden. Deze nieuwe regeling dient in ieder geval de instemming te hebben van de OR. De commissie merkt in dit kader voorts op dat de OR recht heeft op inzicht in de (financiële) cijfers van de organisatie en dat hij zich hierbij kan laten ondersteunen door expertise (van buitenaf). Mede gezien de vele ingrepen in de organisatie mag van de bestuurder worden verwacht dat hij de OR op transparante wijze inzage geeft in de informatie die hij wenst en redelijkerwijze nodig acht. 

In afwachting van een nieuwe regeling én om rekening te houden met de financiële situatie binnen de onder-neming adviseert de commissie de bestuurder om de uitbetaling per 1 januari 2013 van de automatische prijscompensatie één jaar on-hold te zetten, maar de gelden hiervoor te reserveren. Mocht op uiterlijk 31 december 2013 blijken dat partijen er niet in geslaagd zijn om te komen tot een nieuw systeem dan adviseert de commissie om (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2013) de uitbetaling van de automatische prijscompensatie alsnog ten uitvoer te brengen. Omdat partijen hebben aangegeven constructief te willen werken aan een oplossing acht de commissie een voor beide bevredigend resultaat echter haalbaar. 

NB: De ondernemer vraagt uiteindelijk vervangende toestemming van de kantonrechter welk verzoek wordt toe-gewezen omdat het besluit wordt gevergd door zwaarwegende bedrijfseconomische redenen. 


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore