Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.016

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: functiewaarderinginstemmingsrecht

Kern van het geschil 

Partijen zijn verdeeld over de vraag of de OR in het onderhavige geschil al dan niet instemming heeft verleend voor de invoering van ORBA (functiewaardering). De OR stelt dat hij geen instemming heeft verleend voor het vaststellen van een functiewaarderingssysteem, omdat de bestuurder de door de OR voorgestelde voorwaarde waaronder instemming verleend zou worden, niet heeft overgenomen. De betreffende door de OR gestelde voorwaarde houdt in dat de OR vaststelt of een bepaalde functie meer dan 25% is veranderd, hetgeen ook in lijn is met de betreffende cao. De bestuurder accepteert deze voorwaarde niet en stelt dat de OR alleen de keuze heeft wel of geen instemming te verlenen. De bestuurder wenst dat de ontwikkelaar van ORBA de mate van functiewijziging beoordeelt.

Advies van de commissie

De commissie stelt allereerst vast dat de OR van meet af aan betrokken is geweest bij de invoering van het functiewaarderingssysteem. In dat kader heeft de bestuurder hem ook het uiteindelijke voorstel ter instemming voorgelegd. De OR heeft daarop aangegeven instemming te kunnen verlenen als aan twee nadere voorwaarden zou zijn voldaan. De bestuurder is aan de eerste voorwaarde tegemoet gekomen; aan de tweede voorwaarde heeft de bestuurder niet aan de wens van de OR willen voldoen. Nu aan een van de voor instemming gestelde voorwaarden niet is voldaan, moet naar het oordeel van de commissie worden gesteld dat de OR niet heeft ingestemd met de invoering van ORBA. 

Het had vervolgens op de weg van de bestuurder gelegen de kantonrechter om vervangende toestemming ten aanzien van het voorgenomen besluit te vragen. Nu hij dat niet heeft gedaan heeft de OR, bij het feitelijk ontbreken van instemming c.q. toestemming ter zake van een instemmingsplichtig besluit, terecht de nietigheid van het besluit kunnen inroepen.De commissie merkt op dat de zgn. 25%-clausule reeds in het voorbereidingsstadium onderdeel vormde van de nieuwe systematiek. Volgens de commissie had het besluitvormingsproces anders, i.c. succesvoller kunnen verlopen als de OR in een eerder stadium zijn wensen ten aanzien van de toepassing van die clausule zou heb-ben kenbaar gemaakt. 

In de gegeven omstandigheden, er daarbij vanuit gaand dat de bestuurder zich niet (alsnog) tot de kantonrechter wendt, adviseert de commissie partijen om de invulling en toepassing van ORBA met betrekking tot het 25%-criterium vooralsnog te laten verlopen langs de lijn(en) van de cao. In de praktijk zou aan het vorenstaande invulling kunnen worden gegeven doordat de indelingscommissie, waarin de OR is vertegenwoordigd, voorstellen doet in het kader van de onderhoudsprocedure voor het al dan niet aanpassen van de functiebeschrijving op basis van het al dan niet gewijzigd zijn van de functie met meer dan 25%. Het is vervolgens aan de OR om dergelijke voorstellen (al dan niet) te bekrachtigen. Na (bijvoorbeeld) een jaar zouden alle betrokken partijen, bestuurder, OR en vakbonden, kunnen bezien of de werkwijze naar tevredenheid functioneert en of aan het handhaven van de betreffende cao-bepaling resp. de toepassing daarvan in het kader van de onderhoudsprocedure, nog behoefte bestaat.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore