Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.020

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: uitsluiting OR-lid

Kern van het geschil 

De OR meent dat reeds enige jaren de samenwerking met een van de OR-leden binnen de organisatie en binnen de OR bijzonder, alles behalve soepel verloopt. Met name (het gebrek aan) communicatie speelt daarbij een belangrijke factor. De OR is van mening dat zijn werkzaamheden door dit lid ernstig worden belemmerd en dat de verhoudingen dusdanig zijn verstoord dat de OR haar wenst uit te sluiten van haar OR-werkzaamheden conform artikel 13 WOR. 

Advies van de commissie

De commissie komt tot de conclusie dat er geen sprake van is dat het betreffende OR-lid de werkzaamheden van de OR in ernstige mate zou belemmeren. Wel constateert de commissie dat verweerster (het betreffende OR-lid) er een eigen (communicatie)stijl op nahoudt. Dit hoeft echter geenszins te betekenen dat daarmee de werkzaamheden van de OR zodanig ernstig zouden worden belemmerd dat verweerster uitgesloten zou dienen te worden van alle of bepaalde OR-werkzaamheden. 

De commissie constateert dat de OR er op geen enkele wijze in geslaagd is zijn stelling aannemelijk te maken en heeft daartoe ook onvoldoende concrete feiten aangedragen. Een en ander klemt temeer nu de OR reeds zonder rechterlijke uitspraak tot feitelijke schorsing van het OR-lid lid is overgegaan. Uiteindelijk is tijdens de zitting ruimte voor een oplossing gevonden, onder meer op grond van de omstandigheid dat van de zittingstermijn van de OR nog maar een beperkte tijd resteert en het OR-lid ter zitting heeft aangegeven dat zij zich niet meer kandidaat zal stellen voor de volgende OR-verkiezing. Het uitgangspunt van de door partijen gevonden oplossing was het zo veel mogelijk waarborgen van de rechten (en plichten) van het OR-lid, ondanks een vermindering van haar contactmomenten met de overige OR-leden. De door beide partijen op hoofdlijnen gemaakte afspraken zijn ter zitting aan de commissie voorgelegd.

Onverlet haar opvatting dat er geen sprake is van een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 13 WOR, acht de commissie de ter zitting gemaakte afspraken alleszins redelijk. Naar haar oordeel bieden de afspraken een evenwichtig pakket dat kan leiden tot hernieuwde werkbare verhoudingen en daarmee tot een oplossing van het geschil. De commissie wil dan ook de voltallige OR uitdrukkelijk adviseren het hoofdlijnenakkoord in positieve overweging te nemen en adviseert beide partijen daaraan vervolgens op een constructieve en respectvolle wijze uitwerking te geven.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore