Bemiddelingsadvies BC Markt I 13.022

Sector: groothandel 

Trefwoorden: instemmingsrecht, pensioenregeling

Kern van het geschil 

Het geschil betreft een nieuwe pensioenregeling die de onderneming voor al haar medewerkers wenst in te voeren, onder gelijktijdige intrekking van de oude (huidige) pensioenregeling. De OR heeft uiteindelijk besloten hier niet mee in te stemmen. Het besluit van de OR is in de ogen van de bestuurder gebrekkig gemotiveerd. Naar de mening van de OR ontbreekt de motivatie van de bestuurder om de pensioenregeling te wijzigen.

Advies van de commissie

De commissie constateert allereerst dat de OR instemmingsrecht heeft ten aanzien van de nieuwe pensioen-regeling. De commissie heeft de indruk dat in het traject om te komen tot de invoering van een nieuwe pensioenregeling, de OR beter betrokken had moeten worden. Er is onvoldoende overleg geweest tussen de bestuurder en de OR omtrent dit punt.

Nu het medezeggenschapstraject over de pensioenovergang (nog) niet op een voor beide partijen bevredi­gende wijze is afgerond, adviseert de commissie partijen om in gezamenlijk overleg tot een weging van de (verschillen in de) beide pensioenregelingen te komen en om op basis daarvan, eventueel onder (bege)leiding van een extern deskundige en/of mediator, te pogen alsnog tot een oplossing te komen. Het veranderen van de pensioenregeling betreft in hoofdzaak een bezuinigingsmaatregel. Het is in het belang van de bestuurder en van alle werknemers om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

De commissie wil de bestuurder meegeven dat, ook indien hij van oordeel zou zijn dat een overlegtraject is afgerond, er reden kan zijn tot het hervatten van overleg. In deze kwestie is de aanleiding daartoe gelegen in de tussentijdse overgang naar een nieuwe (gemeenschappelijke) OR. De verantwoordelijkheid van correcte en volledige informatie ligt bij de bestuurder. Het komt de commissie voor dat het onder die omstandigheden temeer in de rede ligt, zeker nu het een complex en belangrijk onderwerp als de pensioenregeling betreft, het overleg daarover niet te snel als afgerond te beschouwen.

Het verdient aanbeveling dat er in een vervolgtraject vanaf het begin af aan duidelijkheid wordt geboden en voldoende informatie over een zo complex onderwerp als de pensioenregeling wordt verstrekt. Van zowel de OR als de bestuurder mag daarbij een proactieve en constructieve houding worden verwacht. Het is van belang dat beide partijen op een open en constructieve wijze met elkaar blijven communiceren en dat bestuurder de OR serieus neemt. Daartegenover staat dat de OR rekening dient te houden met het korte tijds­bestek waarin de bestuurder tot een besluit moet komen in zijn keuze voor een pensioenregeling bij het hui­dige pensioenfonds of bij een pensioenverzekeraar. Deskundige begeleiding zou ook daarbij kunnen helpen. Indien partijen conform de gemaakte afspraken tijdens de bemiddelingszitting samen niet op korte termijn tot een bevredigende oplossing kunnen komen en het niet eens kunnen worden over de (uitvoerder van de) pensioenregeling, dan adviseert de commissie om – onder invoering van een premiebijdrage voor de werk­nemers – (vooralsnog) bij het huidige pensioenfonds te blijven waarbij voor het overige de pensioenregeling hetzelfde blijft.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore