Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.001

Sector: culturele sector

Trefwoorden: bevoegdheden OR, vertrouwen

Kern van het geschil

De bestuurder legt enkele OR-leden per brief een verbod op om relaties van de onderneming te benaderen over interne aangelegenheden van de onderneming, op straffe van ontslag op staande voet. Daarnaast meent de bestuurder dat de OR zijn geheimhoudingsplicht ex artikel 20 WOR heeft geschonden doordat de OR contactheeft gezocht met verschillende subsidieverstrekkers en een andere onderneming. Doel van die contacten was om te bevorderen dat aandacht zou worden geschonken aan alternatieve toekomstmogelijkheden voor de eigen medewerkers.

Advies van de commissie

Naar het oordeel van de commissie is de OR met zijn acties naar buiten toe buiten het speelveld van de WOR getreden én op de stoel van de bestuurder gaan zitten. Dit is vanuit het nabije verleden verklaarbaar en begrijpelijk waar de OR een rol heeft gespeeld bij de formatie van een nieuw bestuur en het aantrekken van een nieuwe directie. De OR had echter moeten begrijpen dat dit niet gepast was in het precaire proces waar de onderneming zich op dat moment in bevond. De handelingen van de OR kunnen de situatie van de onderneming en van de werknemers van de onderneming schaden. Dit kan niet de bedoeling van de OR zijn geweest en het is eveneens niet in het belang van de bestuurder. De reactie van de bestuurder daarop is echter te heftig geweest, zeker gezien de ruimte die de OR in het verleden wel heeft gekregen. De commissie adviseert beide partijen naar elkaar zelfbeheersing te betrachten. Daarbij dient de OR niet op de stoel van de bestuurder te gaan zitten. De OR dient zich te houden aan zijn rol conform de regels van de WOR, wanneer hij wordt betrokken bij acties van de bestuurder. De commissie adviseert de OR om geen ongecoördineerde acties naar derden toe meer te laten plaatsvinden. Aan de andere kant vergt een vruchtbaar proces met de OR aan de kant van de bestuurder dat hij zorgvuldig reageert en gepaste bewoordingen kiest. In het onderhavige geval had dit anders gekund.

De commissie adviseert beide partijen om functioneel vertrouwen in elkaar te hebben. Beide partijen dienen het belang van de onderneming en in het bijzonder van zijn medewerkers in het oog te houden en zich niet te laten leiden door juridisch getouwtrek. De rol van de juridische adviseurs in deze kwestie had wat de commissie betreft dan ook bescheidener mogen zijn.

NB: De waarschuwingsbrief van de bestuurder aan de drie OR-leden is in kort geding voorgelegd aan de
kantonrechter. (ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ5520)

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore