Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.002

Sector: kinderopvang

Trefwoorden: instemmingsrecht, arbodienstverlening

Kern van het geschil

Dit geschil gaat in materiële zin over het besluit van de bestuurder om een andere arbodienst te contracteren. De OR is hierin niet om instemming verzocht en hem zijn gevraagde en meermalen toegezegde stukken hierover onthouden. De OR stelt dat er sprake is van een instemmingsplichtig besluit en heeft de nietigheid van het besluit ingeroepen. De bestuurder stelt zich op het standpunt dat zij volledige keuzevrijheid met betrekking tot de keuze en het contract met de arbodienst heeft en dat de OR hierover geen instemmings- of adviesrecht heeft. Daarnaast is de bestuurder van mening dat, doordat het in casu een tijdelijk contract betreft, de OR wel degelijk in de gelegenheid wordt gesteld om alsnog in het proces mee te gaan. 

Advies van de commissie

Artikel 27, lid 1 onder d van de WOR bepaalt dat de werkgever instemming dient te vragen aan de OR bij het vaststellen, veranderen en intrekken van regelingen inzake de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het re-integratiebeleid. De bepaling dient aldus te worden verstaan dat de bestuurder de instemming van de OR behoeft ten aanzien van zowel de keuze van als het contract met een arbodienst. Dit betekent dat de OR een belangrijke rol speelt als de werkgever een contract wil afsluiten met een (nieuwe) arbodienst; hij heeft het recht om mee te beslissen over de keuze voor een andere arbodienstverlener, ook al is dit van tijdelijke aard, zoals in casu van een jaar.

Uit het dossier komt naar voren dat partijen al lang in een onwerkbare situatie verkeren. De tussenkomst van de Bedrijfscommissie Welzijn in 2010 met een daaraan gekoppeld traject met een procesbegeleider is op niets uitgelopen en ook de uitspraak van de Ondernemingskamer in een medezeggenschapskwestie heeft niet tot een verbeterde samenwerking kunnen leiden.

De commissie concludeert dat binnen de onderneming onverminderd behoefte is aan het verbeteren van de onderlinge verhoudingen en het wederzijdse vertrouwen. Zij adviseert partijen daarin op een positieve manier te blijven investeren, al dan niet met behulp van een (extern) deskundige. Ten minste is daartoe echter nodig dat de verplichtingen op grond van de WOR worden nagekomen.

De commissie adviseert de bestuurder ten aanzien van de thans door de OR voorgelegde casus dan ook, gelet op de dwingendrechtelijke bepalingen van de WOR, alsnog de instemming van de OR te vragen ten aanzien van het reeds afgesloten contract met de arbodienstverlener. De mogelijke gevolgen van deze procedure ten aanzien van het contract dienen voor rekening van de bestuurder te komen.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore