Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.005

Sector: dienstverlening 

Trefwoordenonderdeelcommissie, communicatie

Kern van het geschil

Het geschil speelt tussen de OR en een van zijn onderdeelcommissies en betreft in essentie de vraag of de OR al dan niet terecht heeft besloten om het ledental van de door hem ingestelde onderdeelcommissie te verlagen van 7 naar 5. 

Bemiddelingszitting

Voorafgaande aan de bemiddelingszitting heeft de OR laten weten niet aanwezig te zullen zijn bij de geplande bemiddelingszitting. Hoewel door de afwezigheid van een der betrokken partijen van een daadwerkelijke bemiddeling geen sprake kan zijn heeft de BC Markt II toch besloten de zitting doorgang te laten vinden om in een gesprek met de onderdeelcommissie onder meer de mogelijkheden te bezien om de problemen tussen partijen op te lossen. 

Advies van de commissie

Uit het gesprek met de onderdeelcommissie leidt de commissie af dat er binnen de verschillende bedrijfson­derdelen van de organisatie sprake is van grote cultuurverschillen die (het functioneren van) de medezeggen­schap er in beginsel niet gemakkelijker op maken. Hierbij kan zich namelijk het gevaar voordoen dat mensen en organisaties gaan hangen in (eigen) structuren. Naar het oordeel van de commissie moet een oplossing vaak niet worden gezocht in structuren, maar in personen en (persoonlijke) contacten. Goede communicatie speelt daarbij een belangrijke rol.

Ten aanzien van het aantal zetels en de zetelverdeling binnen de onderdeelcommissie constateert de commis­sie dat deze een evenredige afspiegeling moeten vormen van de samenstelling van de organisatie. De omvang en wijze van samenstelling van de onderdeelcommissie zoals die tijdens de zitting naar voren is gekomen, voldoet naar de mening van de commissie in redelijkheid aan wat de WOR daarover bepaalt.

De commissie merkt op dat het niet aan de bedrijfscommissie is om de organisatie te adviseren wat de meest wenselijke medezeggenschapsstructuur voor de organisatie zou moeten zijn. Dit dient op het niveau van de organisatie bepaald te worden.

De commissie benadrukt dat een belangrijk uitgangspunt in de medezeggenschap is dat deze de zeggen­schap volgt. Daar waar de directeur van een divisie beslissingsbevoegdheid heeft, moet de betreffende onderdeelcommissie de aangewezen gesprekspartner zijn. Het is dus van belang dat de onderdeelcommissie medezeggenschap en medezeggenschaprechten heeft c.q. krijgt over die zaken waarover de directeur van de betreffende divisie gaat en waarover de onderdeelcommissie met haar directeur dient te overleggen.

Dit betekent dat ook de OR zich bewust moet zijn van dit uitgangspunt: daar waar de beslissingen genomen worden dient ook (liefst op zo decentraal mogelijke wijze) de medezeggenschap een rol te krijgen. Het is van belang dat alle betrokkenen heldere afspraken maken over de afbakening van de werkterreinen van de OR en de onderdeelcommissies. In het verlengde hiervan adviseert de commissie de onderdeelcommissie om zich als onderdeelcommissie alleen bezig te houden met die zaken die het eigen onderdeel aangaan.

De commissie vindt het van groot belang dat alle betrokkenen zich realiseren dat er een nieuwe start gemaakt moet worden. Partijen moeten niet in het verleden blijven hangen. Partijen moeten zich richten op elkaar en ook voor elkaar open blijven staan. Daarbij is een heldere communicatie en een goede samenwerking vereist.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore