Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.007

Sector: zorg 

Trefwoordenontheffing uit OR-functie

Kern van het geschil

Door de OR is het vertrouwen opgezegd in de heer X als vice-voorzitter (tevens secretaris) van de OR. Naar de mening van dhr. X staat buiten kijf dat in dezen niet de juiste procedure is gevolgd door de OR. De OR is van mening dat hij dhr. X destijds op inhoudelijke gronden, geheel volgens artikel 7 van de WOR, heeft ontheven uit zijn functie als DB-lid van de OR. Ondanks het meermalen gedane aanbod van de OR om hierover met hem van gedachten te wisselen en zodoende een werkbare sfeer te creëren waarbinnen hij zijn (overige) taken als OR-lid tot tevredenheid kan uitoefenen, heeft dhr. X deze verzoeken telkens afgewezen. 

Advies van de commissie

Voorafgaande aan de bemiddelingszitting heeft de OR laten weten niet aanwezig te zullen zijn bij de geplande bemiddelingszitting, met name omdat hij verdere pogingen tot bemiddeling achterhaald en niet meer aan de orde acht. De commissie heeft partijen daarop geïnformeerd dat, nu bij afwezigheid van een der betrokken partijen van bemiddeling geen sprake kan zijn, zij zich op basis van de stukken zal beraden en partijen schrifte­lijk zal adviseren omtrent (de oplossing van) het geschil.

De commissie ontving een jaar eerder eveneens een verzoek om bemiddeling van dhr. X in dezelfde kwestie: hij meende ten onrechte uit zijn functie als DB-lid te zijn gezet middels een besluit van de overige leden van de OR. De commissie heeft in haar reactie destijds aangegeven dat het kiezen van een (vice)voorzitter / secretaris van een OR een aangelegenheid is van de OR. De commissie tekende daarbij aan dat de benoeming en een wijziging van de benoeming op zorgvuldige wijze dient plaats te vinden.

De commissie constateert dat er met betrekking tot de gewenste zorgvuldigheid in de procedure, zij het uiterst moeizaam en de nodige tijd vergend, sinds vorig jaar stappen zijn gezet. Het punt waar de zaak thans nog om draait is of de raadsvrouw van dhr. X al dan niet aanwezig kan zijn tijdens een extra OR-vergadering, waarin over de gerezen kwestie door partijen wordt gesproken. Partijen verschillen kennelijk van oordeel over de ter zake gemaakte afspraken. De commissie kan daarin uiteraard niet treden. Wel wil zij partijen, en met name de OR, meegeven dat bij haar de vraag rijst welk (principieel) argument in de weg kan staan aan honorering van de wens van dhr. X (om zich te laten bijstaan door zijn raadsvrouw), als daarmee het geschil zou kunnen worden beëindigd.

In juridische zin heeft de commissie partijen er (nogmaals) op gewezen dat ingevolge artikel 7 WOR de OR zijn voorzitter en zijn plaatsvervangend voorzitter(s) uit zijn midden kiest. Ook een eventuele tussentijdse wijzi­ging van deze functie(s) is een aangelegenheid van de OR. Alleen als een OR-lid niet langer bij de ondernemer werkzaam is of er zelf voor kiest om zijn OR-lidmaatschap op te zeggen, eindigt het lidmaatschap bij de OR. Uitsluiting van (bepaalde) werkzaamheden voor de OR kan alleen op basis van artikel 13 WOR. Deze laatste situatie is naar het oordeel van de commissie thans niet aan de orde.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore