Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.012

Sector: sociale werkvoorziening

Trefwoordeninstemmingsrecht, beloningssysteem

Kern van het geschil

Aan de orde is een besluit van de bestuurder om zonder instemming van de OR een specifieke toelage af te schaffen. Volgens de OR is dit een instemmingsplichtig besluit. De bestuurder is van mening dat de OR geen zeggenschap heeft met betrekking tot dit besluit, met name omdat er sprake is van een primaire arbeids­voorwaarde. Bovendien is het besluit redelijk en billijk en wordt de toelage niet in één keer afschaft, maar geleidelijk over een periode van drie jaar. 

Advies van de commissie

Omdat het hier gaat om een besluit over de vermindering van inkomsten van een groep medewerkers, had een benadering van het probleem, waarin partijen samenwerken aan besluitvorming, naar de visie van de commissie meer in de rede gelegen. Er had in de onderhavige kwestie wellicht in een eerder stadium tot een oplossing gekomen kunnen worden als de bestuurder voorafgaand aan het bestreden besluit eerst overleg had gezocht met de OR. Vervolgens had de bestuurder ook kunnen besluiten (los van de vraag of het instem­mingsrecht van toepassing is) voor het afschaffen van de toelage de instemming of ten minste het oordeel te vragen van de OR. Door direct te besluiten tot de betreffende maatregel is een situatie ontstaan waarin partijen zich min of meer gedwongen voelden tot de thans ingenomen standpunten.

De commissie stelt vast dat de regeling voor de toelage niet uitblinkt in duidelijkheid. Volgens de bestuurder was de regeling oorspronkelijk bedoeld als onkostenvergoeding voor werknemers die in eigen tijd een licentie behaalden, waardoor de organisatie kon beschikken over werknemers die – als het nodig was – bepaalde specifieke werkzaamheden konden verrichten. De toeslag op basis van de regeling heeft in de loop der jaren meer het karakter van een beloningscomponent gekregen die geldt voor alle werknemers die over de licentie beschikken. De regeling heeft daarmee een (meer) collectief karakter gekregen. De toelage is naar het oordeel van de commissie dan ook te kenschetsen als onderdeel van de beloningssystematiek en het afbouwen en/ of stopzetten van deze toelage als een wijziging van een beloningssysteem in de zin van artikel 27, lid 1 sub c WOR. De bestuurder had de OR daarom om instemming moeten vragen en de commissie adviseert de bestuurder dan ook dit alsnog te doen. Daarnaast merkt de commissie op dat, zoals hiervoor al is gesignaleerd, de regeling van karakter is veranderd. Het kenmerkende verschil is dat de betrokken werknemers niet meer in eigen tijd de licentie behalen, maar daarvoor in werktijd worden gefaciliteerd. Tegen die achtergrond acht de commissie het begrijpelijk en alleszins redelijk dat de bestuurder de reden voor de toelage achterhaald acht en deze daarom wenst af te bouwen. De commissie adviseert de OR dit uitdrukkelijk in zijn overwegingen te betrekken.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore