Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.013

Sector: welzijn 

Trefwoordeninstelling PVT

Kern van het geschil

Enkele medewerkers van een instelling hebben een verzoek tot het instellen van een PVT ingediend bij de bestuurder. De bestuurder heeft in een daaropvolgende teamvergadering het verzoek tot instelling van een PVT (mondeling) afgewezen. De bestuurder geeft aan dat zij geen verbetering ziet in de communicatie met haar medewerkers door het oprichten van een PVT. Voorts wijst zij erop dat er met ingang van 1 juni 2013 één medewerker uit dienst treedt en per 1 december 2013 nog een medewerker, zodat vanaf die datum de organisatie niet meer aan het criterium voldoet van ten minste 10 medewerkers. Tot slot geeft zij aan dat er naar verwachting verdergaande bezuinigingen zullen komen en dat daarbij niet uitgesloten is dat er ontslagen zullen vallen. 

Advies van de commissie

Voorafgaande aan de bemiddelingszitting heeft de bestuurder laten weten niet aanwezig te zullen zijn bij de geplande bemiddelingszitting. De commissie heeft partijen daarop geïnformeerd dat, nu bij afwezigheid van een der betrokken partijen van bemiddeling geen sprake kan zijn, zij zich op basis van de stukken zal beraden en partijen schriftelijk zal adviseren omtrent (de oplossing van) het geschil.

De commissie wijst erop dat ingevolge artikel 35c WOR de bestuurder een PVT kan instellen in ondernemingen met ten minste tien, maar minder dan 50 werknemers. Ingevolge artikel 35c, tweede lid WOR, is de bestuurder verplicht een PVT in te stellen als de meerderheid van de in de onderneming werkzame personen dit verzoekt. Uit de ingediende reacties van verzoeksters en bestuurder leidt de commissie af dat er op het moment dat het verzoek tot het instellen van een PVT gedaan werd ten minste 10 werknemers in dienst waren. Verzoeksters stellen dat zij zich op dat moment gesteund wisten in hun verzoek door het merendeel van hun collega’s. Bestuurder heeft deze stelling niet weersproken.

Verzoeksters hebben daarnaast gewezen op de cao Welzijn. Deze cao verplicht de werkgever van een instel­ling waarin gewoonlijk minstens tien maar minder dan 35 werknemers werkzaam zijn en waarvoor geen OR is ingesteld, een PVT in de zin van artikel 35c WOR in te stellen. De cao gaat daarmee in feite verder dan de WOR door de PVT zonder meer verplicht te stellen. In de cao wordt immers niet de voorwaarde gesteld dat de instelling van de PVT op verzoek van een meerderheid van de in de onderneming werkzame personen dient te geschieden.

Op grond van het vorenstaande kan de commissie niet anders concluderen dan dat de bestuurder gehouden is een PVT in te stellen en aan de feitelijke totstandkoming daarvan volledige medewerking te verlenen. Voor de instelling van een medezeggenschapsorgaan is in de onderhavige situatie te meer dringend aanleiding, nu de stichting te maken krijgt met een reorganisatie.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore