Bemiddelingsadvies BC Markt II 13.014

Sector: onderwijs 

Trefwoordenfaciliteiten OR

Kern van het geschil

Partijen zijn ondanks vele overleggen en bemiddeling door een derde, (nog) niet tot overeenstemming gekomen over de facilitering van de OR. Tot 1 maart 2012 gold een overgangsbepaling in de vorm van een overeenkomst tussen cao-partijen die de omvang van de faciliteiten voor een OR in het MBO regelt. Toen het einde van deze overgangsregeling naderde, en een impasse over de faciliteitenregeling per 1 maart 2012 dreigde, heeft de bestuurder voorgesteld om onder onafhankelijke begeleiding een proces in te zetten dat zou moeten leiden tot een nieuwe faciliteitenregeling per 1 maart 2012. Vervolgens heeft de OR aangegeven het tot dan toe gevoerde gezamenlijke proces af te breken en op eigen koers te varen richting de BC Markt II. Voor de bestuurder is dit aanleiding geweest de toen (uit het compromisvoorstel van de procesbegeleider) voorlig­gende faciliteitenregeling vast te stellen en per 1 augustus 2012 van toepassing te verklaren. De OR heeft de regeling in de praktijk getoetst en is tot de conclusie gekomen dat deze facilitering onvoldoende is. 

Advies van de commissie

De commissie stelt voorop dat de medezeggenschap in het onderwijs door de overgang naar de WOR anders is dan daarvoor en dat er veel ontwikkelingen gaande zijn in de sector die de aandacht van de OR vragen. De commissie is zich er daarnaast van bewust dat, met name door de cao en het Professioneel Statuut, er veel extra taken en bevoegdheden op de OR afkomen. De (omvang van de) medezeggenschap in het onderwijs is door de stelselwijziging van WMO naar WOR derhalve veranderd, maar lijkt niet minder geworden.

De commissie heeft geconstateerd dat partijen het inhoudelijk niet eens zijn over wat er van de OR verwacht wordt en hoeveel tijd voor de OR beschikbaar zou moeten zijn. Beide partijen hebben de redelijk benodigde omvang hiervan aan elkaar en ook aan de commissie niet voldoende inzichtelijk kunnen maken.

De commissie merkt overigens op dat het niet de taak van de bedrijfscommissie is om gemaakte afspraken inhoudelijk te toetsen of om feitelijke invulling te geven aan de urenfacilitering van een medezeggenschapsor­gaan. De commissie heeft tijdens de zitting aangegeven dat er een verschil is tussen de meest gewenste ideale situatie en de dagelijkse praktijk. Een daadwerkelijke bemiddeling (in de vorm van een gezamenlijk gedragen urennorm) bleek tijdens de zitting niet mogelijk te zijn.

Naar het oordeel van de commissie hebben partijen meer tijd nodig om de urenfalicitering voor zichzelf en voor elkaar inzichtelijk te kunnen maken. De commissie adviseert partijen daarom pragmatisch te werk te gaan door tot 1 augustus 2014 (de datum waarop de zittingsperiode van de huidige OR eindigt) ervaring te blijven opdoen volgens de huidige werkwijze en met de thans geldende facilitering. Dit impliceert derhalve dat de bestuurder zijn voorgestelde wens om voor het schooljaar 2013-2014 de facilitering met 10% te minderen, opschort c.q. uitstelt. De commissie adviseert partijen om tegen het einde van de huidige zittingsperiode met elkaar te bezien wat de afgelopen zittingsperiode de ervaringen zijn geweest, waar zij tegenaan zijn gelopen en wat zij denken op structurele basis nodig te hebben resp. te kunnen bieden. Hiermee wordt via de praktijk een (nadere) invulling gegeven aan de voor de uitvoering van de werkzaamheden benodigde faciliteiten. De commissie verwacht dat op een dergelijke gedocumenteerde wijze meer objectief beargumenteerd en aange­toond kan worden wat op structurele basis vereist is.


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore