Bemiddelingverzoek BC Markt I 14.005

Sector: detailhandel 

Trefwoordeninformatieverstrekking

Kern van het geschil

Partijen verschillen van mening over de vraag of de OR het recht heeft op volledige inzage in het (drie keer per jaar plaatsvindende) medewerkerstevredenheidsonderzoek (hierna: MTO). De OR heeft meerdere malen bij de bestuurder het verzoek gedaan tot het inzien hiervan en het verkrijgen van de data voortkomend uit het MTO. De OR heeft tot op heden slechts ten dele de verzochte informatie mogen inzien in de vorm van een presentatie. De OR stelt dat hij de data nodig heeft om deze zelf te analyseren en tot een eigen conclusie te komen. De bestuurder stelt zich op het standpunt dat het delen van de volledige MTO niet nodig is en niet zou mogen uit privacy-oogpunt.

Advies van de commissie

Voorafgaande aan de bemiddelingszitting is door partijen (expliciet) gevraagd of de BC Markt I in dit geschil haar bemiddelende rol zou kunnen uitoefenen, teneinde tot een oplossing van het geschil te (kunnen) komen. Ter zitting hebben zij evenwel aangegeven (ook) behoefte te hebben aan een uitspraak van de commissie in meer juridische zin.

De commissie stelt voorop dat het grootste belang van partijen erin is gelegen dat zij samen verder kunnen. In dit verband merkt de commissie op dat partijen zowel in de aanloop naar als tijdens de zitting er blijk van hebben gegeven elkaar te respecteren en vanuit die positie bereid zijn in open dialoog eventuele knelpunten met elkaar te bespreken. Om aan het hiervoor geformuleerde gezamenlijke belang van partijen zo veel mogelijk recht te doen, beperkt de commissie zich tot een enkele overweging in meer juridische zin. In dit verband merkt zij op dat op grond van artikel 31 WOR de ondernemer gehouden is de OR alle informatie en gegevens te verstrekken die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. Hoewel het informatierecht van de OR aldus vrij ruim bemeten lijkt, hoeft dit in de opvatting van de commissie niet te betekenen dat het feit dat de OR instemmingsrecht heeft c.q. is verleend ten aanzien van het MTO, per definitie met zich mee zou brengen dat hem dan ook het recht toekomt kennis te nemen van al hetgeen in dat kader door de geënquêteerden naar voren wordt gebracht.

De commissie kan enerzijds begrip opbrengen voor de argumentatie van de bestuurder dat de werknemers die meewerken aan het MTO er vanuit moeten kunnen gaan dat door hen aan de bestuurder verstrekte informatie vertrouwelijk blijft op gelijke wijze als door werknemers aan de OR verstrekte informatie vertrouwelijk hoort te blijven. Anderzijds ziet de commissie ook de zorg, en mogelijk zelfs enig wantrouwen aan de kant van de OR, omdat hij op deze wijze ‘buiten het proces’ staat, althans dat zo kan ervaren.

Om uit de ontstane impasse te kunnen geraken c.q. het vertrouwen te herstellen adviseert de commissie partijen om, in eerste instantie bij wijze van pilot, de OR te betrekken bij het inventariseren en interpreteren van de uitkomsten van de MTO’s, teneinde hem in de gelegenheid te stellen zijn rol zo goed mogelijk te vervullen. De feitelijke betrokkenheid van de OR zou in de ogen van de commissie beperkt moeten blijven tot een of twee van zijn leden. Verder zouden, om de vertrouwelijkheid en anonimiteit te waarborgen, de opmerkingen van individuele werknemers moeten worden gedepersonifieerd (schrappen van namen en identificeerbare opmerkingen) en is een vanzelfsprekend uitgangspunt dat voor alle bij het uitwerken van het MTO betrokkenen (dus ook de OR-afgevaardigde(n)) de geheimhoudingsplicht geldt. Op deze wijze zou gedurende een bepaalde periode of voor de uitwerking van een bepaald aantal MTO’s ervaring kunnen worden opgedaan en kunnen worden bezien hoe het proces verloopt. Aan de hand van de bevindingen kunnen na afloop van de pilot nadere afspraken worden gemaakt over de vraag of en op welke wijze het proces kan worden voortgezet. 

NB

De voertaal tijdens de zitting was deels Engels. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore