Bemiddelingsverzoek BC Markt II 14.003

Sector: re-integratie 

Trefwoorden: instelling OR

Kern van het geschil

De activiteiten van de organisatie waar dit geschil zich afspeelt zijn ondergebracht in verschillende BV’s. Voor de verschillende BV’s, waar afzonderlijk geen 50 personen werkzaam zijn, is één PVT ingesteld. Kern van het geschil vormt de wens van de PVT om een OR voor de organisatie in te stellen. De PVT meent dat na verkiezing (van de huidige PVT) is gebleken dat, gezien het aantal medewerkers dat werkzaam is bij de organisatie, niet een PVT maar een OR had moeten worden ingesteld. De bestuurder meent echter dat het momenteel niet het geijkte moment is om een OR in te stellen omdat de komende periode zijns inziens cruciaal gaat worden voor de organisatie en hij rekening houdt met grote veranderingen vanwege de op handen zijnde transities.

Advies van de commissie

De geschillencommissie betreurt het allereerst dat een daadwerkelijke bemiddelingspoging bij de BC Markt II niet heeft kunnen plaatsvinden nu de bestuurder geen gehoor heeft gegeven aan de oproep te komen naar de bemiddelingszitting.
Uit de stukken kan opgemaakt worden dat de organisatie bestaat uit meerdere bedrijfsonderdelen waarvoor thans één PVT is ingesteld. De commissie gaat er dan ook vanuit dat de verschillende bedrijfsonderdelen aan te merken zijn als één onderneming in de zin van de WOR. In elk geval komt niet uit de stukken naar voren dat partijen hierover verschillend zouden denken. De commissie constateert op basis van de stukken voorts dat het aantal medewerkers dat bij de organisatie werkzaam is, zodanig is dat de instelling van een OR op grond van de WOR verplicht is. Daarbij komt dat er voldoende belangstelling lijkt te bestaan onder het personeel voor het instellen van een OR.

Doordat er nu reeds een PVT binnen de organisatie is ingesteld en de bestuurder ervan blijk geeft de medezeggenschap binnen de organisatie serieus te willen nemen, kan de commissie niet inzien wat de formele en/of praktische bezwaren zouden zijn om thans, overeenkomstig de vereisten van de WOR, over te gaan tot instelling van een OR. Het vorenstaande klemt naar het oordeel van de commissie temeer omdat er op dit moment diverse complexe vraagstukken binnen de organisatie spelen waarin in meerdere of mindere mate een rol voor de medezeggenschap is weggelegd. Die medezeggenschap dient dan wel te zijn geregeld op het niveau en volgens de eisen die de WOR daaraan stelt.

De PVT heeft de bestuurder een praktische mogelijkheid voorgesteld om de overgang naar een OR vorm te geven door omvorming van de huidige PVT tot OR. Indien alle betrokkenen daarmee zouden instemmen, lijkt op betrekkelijk eenvoudige wijze aan de voor de onderneming geldende verplichtingen ingevolge de WOR te kunnen worden voldaan. Het vorenstaande leidt de geschillencommissie dan ook tot het advies aan de bestuurder om op korte termijn en zo mogelijk in samenwerking met de huidige PVT-leden, te investeren in het vormgeven van de wettelijk vereiste medezeggenschap binnen de organisatie.

NB

Ondanks het advies van de BC Markt II weigert de bestuurder een OR in te stellen.
De PVT heeft op 21 juli 2014 een verzoek ex artikel 36 WOR ingediend bij de Rechtbank Amsterdam. In haar beschikking van 10 oktober 2014 bepaalt de rechtbank:

  • dat de instelling van een gemeenschappelijke OR als bedoeld in art. 3 lid 1 WOR het meest bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR binnen de organisatie; 
  • dat de vier BV’s voor al hun ondernemingen en onderdelen daarvan, gevolg dienen te geven aan hetgeen in de artikelen 2 en 3, lid 1 WOR is bepaald omtrent het instellen van een (gemeenschappelijke) OR en 
  • gebiedt hen binnen drie maanden een gemeenschappelijke OR als bedoeld in artikel 3, lid 1 WOR in te stellen. 
Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore