Bemiddelingsverzoek BC Markt II 14.007

Sector: zorg

Trefwoorden: zetelverdeling, Centrale Ondernemingsraad (COR)

Kern van het geschil

Per januari 2013 zijn de acht divisies van een zorginstelling overgegaan in vier zogenaamde zorgbedrijven, waarbij vijf van de voormalige divisies onderdeel zijn gaan uitmaken van één zorgbedrijf (‘Zorgbedrijf X’). Teneinde het overleg goed vorm te geven tussen de directeur van het Zorgbedrijf X en de vijf OR’en van de verschillende divisies die deel uit zijn gaan maken van dit zorgbedrijf, is een bijzondere OR (BOR) ingesteld, bestaande uit 15 leden. De BOR is het niet eens met het aantal zetels dat de bestuurder wil gaan hanteren voor de samenstelling van de nieuwe OR voor het zorgbedrijf. De BOR is het voorts niet eens met de wijze waarop de bestuurder de zetels wil verdelen in de centrale OR (COR). De BOR is van mening dat dit besluit in strijd is met de bepalingen uit dan wel niet in lijn is met de WOR. De bestuurder is van mening dat het proces om te komen tot afspraken over de medezeggenschap per 1 juli 2014 maximaal is gefaciliteerd. De bestuurder meent dat de nu gekozen medezeggenschapsvorm wel degelijk zorgvuldig tot stand is gekomen.

Advies van de commissie

In Zorgbedrijf X wordt de medezeggenschap thans functioneel vormgegeven vanuit de BOR, aan welk orgaan door de vijf onderliggende OR’en mandaat is verleend en waaraan zij hun rechten en plichten ingevolge de WOR hebben overgedragen. Het had vanuit deze optiek in feite op de weg van de BOR zelf gelegen het initiatief te nemen een reglement voor een nieuwe OR op te stellen. Daarin had hij zelf zijn keuze voor een zetelaantal conform artikel 6, lid 1 van de WOR kunnen opnemen of, in overleg met de bestuurder, voor een daarvan afwijkend aantal zetels.

De commissie meent in ieder geval dat het nu genomen initiatief door de bestuurder, waarbij hij zonder overeenstemming met de bestaande medezeggenschap binnen Zorgbedrijf X opteert voor een van artikel 6, lid 1 afwijkend (lager) aantal zetels, niet in overeenstemming is met de (uitgangpunten van de) WOR.

De commissie geeft de BOR dan ook het advies mee op zo kort mogelijke termijn over te gaan tot het zelf opstellen van een nieuw reglement dat voldoet aan de WOR. Ervan uitgaande dat het niet de wens van de BOR is om tot een lager zetelaantal te komen dan de WOR in eerste aanleg voorschrijft, betekent dit dat voor de nieuwe OR wordt uitgegaan van een zeteltal van 15.

Ten aanzien van het nieuwe reglement voor de COR acht de commissie het van belang dat dat wordt gedragen door alle daarbij betrokken partijen. Hoewel de commissie de concrete invulling hiervan wil overlaten aan partijen, geeft zij partijen wel dringend in overweging daarbij te komen tot een evenwichtige verhouding in de zetelverdeling. Het reglement zoals dat nu door de bestuurder is opgesteld, met een substantiële vermindering van het aantal zetels voor Zorgbedrijf X en een vermeerdering van het aantal zetels voor de andere drie zorgbedrijven, voldoet naar het oordeel van de commissie in ieder geval niet aan het uitgangspunt van een evenwichtige verhouding, nu niet is gebleken van substantiële wijzingen in de personeelsverhoudingen.

NB

Het bemiddelingsadvies van de BC Markt II leverde geen resultaat op; de ondernemer legde het advies naast zich neer. Een week na het uitgebrachte advies heeft de kantonrechter, in een door de BOR aangespannen kort-gedingprocedure, het besluit van de bestuurder ten aanzien van het aantal zetels voor de OR van Zorgbedrijf X en ten aanzien van de verdeling van de zetels in de COR, geschorst.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore