Bemiddelingsverzoek BC Markt I 15.002

Sector: chemische industrie

Trefwoorden:  werkkostenregeling, informatieverstrekking, overlegstructuur, passeren OR, personeelsregeling

Kern van het geschil

De pesoneelsvertegenwoordiging (PVT) verzoekt te bemiddelen in het conflict dat is gerezen met de bestuurder over de keuzes die de organisatie heeft gemaakt bij de invoering van de werkkostenregeling (WKR). Naar de mening van de PVT beschikt zij over onvoldoende informatie in deze. De PVT heeft een duidelijke wens om in de WKR ook de vergoeding van de vakbondscontributie op te laten nemen. De vakbondscontributie werd voorheen ook altijd vergoed. Op dat punt volgde de ondernemer volgens de PVT de CAO. De bestuurder stelt zich inhoudelijk op standpunt dat zij aan haar verplichtingen (waaronder haar informatieplicht) op grond van de WOR heeft voldaan, dat haar beleid ten aanzien van de betreffende CAO duidelijk is en dat de kwestie na zo’n lange tijd tot een afronding moet komen.

Bevindingen van de bedrijfscommissie

Ondanks de door bestuurder gedane overgangsregeling, betreurt het de bedrijfscommissie dat partijen al bijna een jaar in conflict zijn omtrent dit onderwerp. De commissie benadrukt dat een vruchtbare samenwerking (binnen en buiten het formele kader van de medezeggenschap) tussen een medezeggenschapsorgaan en zijn bestuurder van cruciaal belang is. De bedrijfscommissie heeft het beeld gekregen dat partijen in beginsel een goed overlegklimaat hebben en veel waarde hechten aan de medezeggenschap binnen de organisatie.

De commissie constateert dat de bestuurder over de invulling van de WKR advies heeft gevraagd aan de PVT. Nadat de PVT over de invulling daarvan had geadviseerd heeft de bestuurder dit niet overgenomen. Op zich behoort het nemen van een beslissing over de invulling van de WKR tot de bevoegdheid van de bestuurder. Echter voor het creëren van draagvlak bij het personeel, die de primaire gebruiker is van de vergoedingen uit de WKR, is het belangrijk om daarover constructief overleg te voeren met de PVT. De bedrijfscommissie heeft er begrip voor dat een deel van de invulling van de WKR vastligt in het personeelsreglement. Maar de bedrijfscommissie heeft ook geconstateerd dat sprake is gebleken van een vrije ruimte. De bestuurder heeft tijdens de bemiddelingszitting aangegeven dat ten aanzien van de invulling van die vrije ruimte in beginsel geen enkele blokkade bestaat. Ook niet ten aanzien van het eventueel vergoeden van de vakbondscontributie. Ten aanzien van alle mogelijke onderwerpen die voor vergoeding in aanmerking zouden komen heeft hij echter eenzijdig een keuze gemaakt uit die onderwerpen die het dichtst aansluiten bij de doelstellingen van het bedrijf. Omdat het personeel de genieter is van de vergoedingsregeling lijkt het de bedrijfscommissie verstandig het personeel ook te laten meedenken over de invulling daarvan.

De bedrijfscommissie adviseert dat bestuurder en PVT jaarlijks met elkaar overleg te voeren over de invulling van de vrije ruimte die beschikbaar is voor de WKR. Ten behoeve van dat overleg moet enerzijds de bestuurder realiseren dat het kan voorkomen dat de medewerkers andere prioriteiten stellen dan hij, en anderzijds de PVT beseffen dat ook de bestuurder een eigen verantwoordelijkheid ter zake van de invulling van de vrije ruimte heeft. De meest ideale situatie zou dan zijn dat bestuurder en PVT in dat overleg tot volledige overeenstemming komen en dat dienovereenkomstig wordt besloten. Het staat de bestuurder uiteindelijk formeel vrij om af te wijken van de wensen van de PVT, maar het is verstandig om dat altijd goed gemotiveerd te doen.

Tot slot

De bedrijfscommissie heeft partijen er op gewezen dat het niet aan haar is om uitspraken te doen over de al dan niet toepasselijkheid van de CAO. Het is ook niet aan de bedrijfscommissie om een oordeel te geven over de correcte invulling van de besteedbare ruimte van de WKR en derhalve over het wel of niet opnemen van de vakbondscontributie.  

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore