Bemiddelingsverzoek BC Markt II 15.001

Sector: zorg

Trefwoorden: verkiezingen, verlenging zittingstermijnreorganisatie

Kern van het geschil

Een betrokken vakbond heeft bezwaar tegen de keuze van de OR van een zorginstelling om geen verkiezing uit te schrijven. De beoogde verlenging van de OR-zittingstermijn met (maximaal) 18 maanden, die wordt ingegeven door de aankomende samenwerking met een andere zorginstelling, acht de vakbond geen redelijke en/of bepaalbare periode. De OR is van mening dat er voldoende reden is tot uitstel van de OR-verkiezing.

Advies van de commissie

Partijen zijn er op gewezen dat de WOR niet de mogelijkheid kent om de zittingstermijn van een (zittende) OR te verlengen. En hoewel de wet deze mogelijkheid niet kent, komt dit in de praktijk wel voor. Er moet dan sprake zijn van 'uitzonderlijke omstandigheden', die een verlenging van de zittingstermijn kunnen rechtvaardigen. Verlenging van de zittingstermijn door de verkiezingen uit te stellen, dient met alle betrokken partijen (OR, bestuurder, vakbonden, achterban) te worden afgestemd en door deze partijen te worden gedragen. Daarnaast moeten er zwaarwegende redenen zijn en de verlenging moet voor een redelijke en overzichtelijke periode gelden. Verder is het van belang dat de OR e.e.a. goed communiceert binnen de organisatie en ook de verlenging onderbouwt. Iedere belanghebbende, waaronder alle in de onderneming werkzame personen, kan bezwaar maken tegen het uitstellen van de verkiezing.
De commissie benadrukt dat deze (in de praktijk gehanteerde) strenge criteria bedoeld zijn om het (algemene) belang van de medezeggenschap te dienen.

Het is de commissie niet duidelijk geworden waarom de reeds lopende verkiezingsprocedure zeer kort voor het sluiten van de kandidaatstellingstermijn is afgebroken. Op dat moment had zich, naast de zich opnieuw kandidaat stellende zittende OR-leden, slechts één ‘nieuwe’ medewerker kandidaat gesteld voor de nieuw te kiezen OR. Daarbij komt dat er op dat moment een vacature was in de OR.
De gekozen procedure roept naar het oordeel van de commissie nog meer vragen op nu zij begrijpt dat de ‘nieuw’ gestelde kandidaat door de Raad van Bestuur vervolgens zou zijn ‘geïnstalleerd’ in de OR. Deze handelwijze is naar het oordeel van de commissie in strijd met de WOR.

Hoewel het de commissie duidelijk is geworden dat er de komende periode diverse omvangrijke dossiers op het bordje van de OR (komen te) liggen, zijn deze als zodanig niet uitzonderlijk te kenmerken. Daarnaast is de planning van de daarin opgenomen beslismomenten ook niet zodanig dat een verlenging van de zittingstermijn van de OR aan de orde zou moeten zijn. Naar het oordeel van de commissie is het van het allergrootste belang dat de komende belangrijke besluitvormingsprocessen over de diverse dossiers langs onmiskenbaar legitieme weg verlopen. In dat kader acht de commissie het gewenst - en ook praktisch uitvoerbaar - dat op de kortst mogelijke termijn alsnog de verkiezingsprocedure voor een nieuwe OR wordt opgestart. Dit biedt tevens de mogelijkheid dat de bij de afgebroken verkiezing ‘nieuw’ gestelde OR-kandidaat alsnog op juridisch juiste wijze tot de OR toetreedt. 

Follow up

In een reactie op het advies heeft de OR laten weten dat te hebben overgenomen. 
 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore