Bemiddelingsverzoek BC Markt II 15.002

Sector: welzijn

Trefwoorden: aanstellingsbeleid, reorganisatie, functieomschrijvinginstemmingsrecht

Kern van het geschil

In de organisatie vindt een reorganisatie plaats. Aan de OR is gevraagd in te stemmen met een voorgenomen besluit tot wijziging van een regeling op het gebied van aanstellingsbeleid. De OR heeft de gevraagde instemming onthouden en de nietigheid ingeroepen van het besluit om toch tot uitvoering van het voorgenomen besluit over te gaan. Het voorgenomen besluit houdt in dat aan maximaal drie fte. een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden bovenop de in de reorganisatie afgesproken formatie. Het gaat om medewerkers die werkzaam zijn op tijdelijke projecten, waarvoor niet zeker is of er na zo´n project opnieuw een project met bijbehorende financiering beschikbaar is. Aanleiding tot het voorstel is de nieuwe ketenbepaling in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), die het de werkgever lastig maakt om dergelijke medewerkers op basis van tijdelijke contracten voor langere periode aan zich te binden. De OR is van mening dat de bestuurder met dit besluit een uitzondering maakt op het reorganisatiebesluit. Daarnaast is de OR van oordeel dat met dit besluit een financieel risico wordt gelopen in het geval aanvullende financiering uitblijft. Dit kan bovendien tot gevolg hebben dat er medewerkers moeten worden ontslagen, hetgeen gelet op het afspiegelingsbeginsel ook andere medewerkers kan treffen dan de medewerkers met de nieuwe vaste aanstelling.

Advies van de commissie

De commissie merkt allereerst op dat zij het positief vindt dat de OR zijn toezichthoudende taak bij de reorganisatie actief uitoefent. Het is de commissie opgevallen dat een deel van de onduidelijkheid en zorgen bij de OR wordt ingegeven door onduidelijkheid over het bestaande aanname- en ontslagbeleid van de bestuurder met betrekking tot de werving en selectie van vaste en flexibele medewerkers. Ook bestaat er onduidelijkheid over welke medewerkers tot de vaste formatie (de vaste kern) behoren en welke medewerkers daarbuiten vallen, onder meer in de zo aangeduide flexibele schil. Het betreft veelal ongeschreven beleid.

De commissie adviseert de bestuurder, zo veel mogelijk in overleg met de OR, het bestaande aanname- en ontslagbeleid zowel voor de vaste formatie als de flexibele schil helder op papier te formuleren. Daarnaast acht de commissie het van belang dat nauwkeurig wordt beschreven welke medewerkers tot de vaste formatie van de organisatie behoren. Daarmee worden misverstanden en onduidelijkheden weggenomen en ook naar de toekomst toe voorkomen.

De bestuurder zegt bovendien ter zitting toe dat de functie-omschrijvingen van de betreffende nieuwe medewerkers zodanig zullen verschillen van de functie-omschrijvingen van de overige medewerkers in de organisatie dat deze functies niet uitwisselbaar kunnen worden geacht met andere functies. Hij creëert daarmee een situatie waarbij, in het geval van onverhoopte ontslagen, het afspiegelingsbeginsel uitsluitend zal worden toegepast binnen deze beperkte groep medewerkers. De overige, bestaande medewerkers van de organisatie zullen daar niet door worden getroffen. Ook zegt de bestuurder toe dat er in de toekomst geen reorganisatie zal volgen, uitsluitend als gevolg van het thans aannemen van drie extra fte.

Indien de bestuurder de bovengenoemde adviezen, op het gebied van het schriftelijk beschrijven en vastleggen van het aanname- en ontslagbeleid en de vaste formatie en de toezeggingen op het gebied van het afspiegelingsbeginsel en eventuele toekomstige reorganisaties, opvolgt, is de commissie van oordeel dat de OR in redelijkheid niet (langer) de instemming aan het voorgenomen besluit kan onthouden. De commissie adviseert de OR onder deze voorwaarden, alsnog in te stemmen met het voorgenomen besluit. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore