Bemiddelingsverzoek BC Markt II 15.004

Sector: zorg

Trefwoorden: CAO, gewijzigde omstandigheden, interpretatie, reiskostenvergoeding

Kern van het geschil

De organisatie gaat verhuizen naar een andere stad. In 2010 zijn afspraken gemaakt over een op de reiskostenvergoeding aanvullende vergoeding voor alle medewerkers die, als gevolg van de verhuizing, meer moeten gaan reizen. In 2013 verhuist de organisatie feitelijk en moet de aanvullende vergoeding ingaan. In de tussenliggende periode is echter de CAO gewijzigd, inclusief de daarin geldende reiskostenregeling. Bestuurder en OR verschillen van mening over hoe de in 2010 gemaakte afspraken over de aanvullende vergoeding moeten worden uitgelegd in het licht van de gewijzigde CAO. De bestuurder is van oordeel dat deze wijziging van invloed is op de gemaakte afspraken over de aanvullende vergoeding. Omdat onder de oude CAO medewerkers tot een reisafstand van 10 km geen recht hadden op een reiskostenvergoeding en onder de nieuwe CAO wel, vindt de bestuurder dat de ontvangen reiskosten moeten worden verrekend met de aanvullende vergoeding. De OR is van mening dat er geen verrekening zou moeten plaatsvinden. De wijzigingen in de CAO zouden in de praktijk tot gevolg hebben dat de kosten van de aanvullende vergoeding ongeveer zouden verdubbelen.

Advies van de commissie

De commissie slaagt er niet in om door middel van bemiddeling een minnelijke schikking te bewerkstelligen en geeft daarom een advies. Daarbij wordt getoetst aan de redelijkheid en billijkheid.

Vastgesteld wordt dat de gemaakte afspraken over de aanvullende reiskostenvergoeding onduidelijk zijn. De stukken en het besprokene ter zitting bieden onvoldoende helderheid over de precieze inhoud van de afspraken. Ook lijken de exacte motieven achter de gemaakte afspraken lastig te achterhalen, onder meer doordat er destijds een andere bestuurder was en er een wisseling in de bezetting van de OR heeft plaatsgevonden. De commissie constateert dat niet duidelijk blijkt of beide partijen wel dezelfde bedoeling hebben gehad bij het maken van de afspraken over de aanvullende vergoeding. Namelijk of deze uitsluitend is bedoeld ter compensatie van extra te reizen kilometers of dat het om een vergoeding in bredere zin zou gaan.

Partijen zijn, nadat zij hun afspraken in 2010 hadden gemaakt, geconfronteerd met een nieuwe, van buiten komende omstandigheid met financiële consequenties, te weten het in werking treden van een nieuwe CAO. Dat lag buiten de invloedssfeer van partijen. Door het in werking treden van die nieuwe CAO kwam een einde aan de toen geldende reiskostenregeling, waarin over de eerste 10 kilometers geen aanspraak op reiskostenvergoeding bestond. In 2013 was daardoor sprake van een andere situatie dan die waarvan partijen zijn uitgegaan bij het maken van de afspraken in 2010. Naar de mening van de commissie had het in werking treden van de nieuwe CAO voor partijen het moment moeten zijn geweest om nader met elkaar in gesprek te gaan over de (omvang van de) aanvullende reiskostenvergoeding. De commissie constateert dat een dergelijk overleg op dat moment niet heeft plaatsgevonden.

De commissie komt tot het advies dat het op dit moment volgen van de door de OR voorgestelde uitleg van de regeling met betrekking tot de aanvullende reiskostenvergoeding, met alle financiële consequenties van dien, niet redelijk en billijk zou zijn. Een dergelijke uitleg zou eraan voorbij gaan dat de afspraken werden gemaakt omdat een belangrijk deel van de medewerkers, die eerst geen reiskosten hoefden te maken, door de verhuizing wel zouden worden geconfronteerd met reiskosten. En dat terwijl die nieuwe reiskosten ook nog eens grotendeels onvergoed zouden zijn vanwege de toen geldende ondergrens van 10 kilometers. Het standpunt van de bestuurder dat deze medewerkers nu wel over de eerste 10 kilometers een vergoeding ontvangen en dat deze vergoeding daarom moet worden verrekend met de aanvullende vergoeding acht de commissie niet onredelijk. De commissie adviseert partijen de door de bestuurder voorgestelde uitleg van de regeling te volgen. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore