Bemiddelingsverzoek BC Markt I 16.001

Sector: bouwnijverheid

Trefwoorden: adviesrecht, art. 25 WOR, overlegstructuur, reorganisatie, samenwerking OR-bestuurder

Kern van het geschil

Twee zusterafdelingen, die op twee ver uit elkaar gelegen locaties in het land zijn gevestigd, worden samengevoegd, waardoor op één van de locaties de werkzaamheden worden beëindigd. Twee betrokken medewerkers wordt op de nieuwe locatie een werkplek aangeboden, maar zij weigeren dit en verliezen als gevolg daarvan hun baan. Aan de orde is de vraag of de OR ter zake adviesrecht toekomt. De OR is van oordeel dat er ten onrechte geen advies is gevraagd. Voor een eerdere wijziging van de organisatiestructuur had de bestuurder namelijk wel advies gevraagd. Daarbij is toen ook over deze afdelingen geadviseerd. De bestuurder is daarentegen van mening dat het geen belangrijke wijziging in de organisatie van de onderneming betreft, zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid onderdeel e, van de WOR. Het besluit heeft slechts gevolgen voor twee van de ruim 600 medewerkers van het bedrijf. Dat eind 2014 wel advies is gevraagd was omdat het toen een veel bredere organisatiewijziging betrof waar deze afdelingen slechts een onderdeel van uitmaakten.    

Advies van de commissie

De bedrijfscommissie merkt op dat goed overleg in een fase waarin nog wordt nagedacht over besluitvorming over het algemeen veel belangrijker is dan het juridificeren van een eenmaal ingenomen standpunt in het kader van een (voorgenomen) besluit. Doordat beide partijen zich ingroeven in formele posities nam het vertrouwen in elkaar af en ging men voorbij aan de inhoudelijke bespreking van de kwestie. Tijdens de bemiddelingszitting spreken beide partijen naar elkaar uit in de toekomst anders te zullen handelen. De bestuurder geeft daarbij aan dat hij de impact van zijn besluit bij het overige personeel heeft onderschat. Hij zal dan ook in de toekomst dergelijke besluiten vooraf met de OR bespreken. De OR geeft aan dat hij zich minder snel op formele standpunten zal beroepen en meer constructief het inhoudelijke overleg zal voeren. Dit verheugt de bedrijfscommissie, maar zij plaatst daar wel een kanttekening bij. Het is goed dat partijen – in aanwezigheid van de bedrijfscommissie – naar elkaar uitspreken dat zij in de toekomst onderwerpen op een bepaalde wijze met elkaar zullen bespreken, maar het moet niet uitsluitend bij deze, tijdens de bemiddelingszitting uitgesproken, intenties blijven. Het is belangrijk om hierover met elkaar nadere afspraken te maken en deze ook schriftelijk vast te leggen. Deze afspraken kunnen bijvoorbeeld betreffen het soort problemen waarover met de OR zal worden gesproken, alsmede in welk stadium van een probleem dit overleg plaats vindt. Ook kunnen afspraken worden gemaakt over wanneer de OR wel of niet het formele adviesrecht toekomt. Een en ander uiteraard zonder afbreuk te doen aan de rechten die de OR al heeft op grond van de WOR. De bedrijfscommissie adviseert partijen het ijzer te smeden nu het heet is en derhalve niet te lang te wachten met het maken van deze afspraken.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore