Bemiddelingsverzoek BC Markt I 16.003

Sector: metaal en techniek

Trefwoorden: faciliteitenregeling, onderlinge verhoudingen, OR/faciliteiten, uren OR werkzaamheden, vertrouwen

Kern van het geschil

Het geschil betreft de faciliteiten van de OR. Concreet gaat het onder meer om het aantal aan OR-leden toekomende uren voor onderling beraad en overleg, de regels betreffende de deelname aan (overleg) vergaderingen, scholingsuren en andere faciliteiten. De OR is van mening dat de in de wet toegekende faciliteiten als gevolg van een eenzijdig door de ondernemer genomen besluit onvoldoende zijn gewaarborgd. Voorts meent de OR dat de geboden faciliteiten onvoldoende zijn in het licht van de behoeften van de OR. De bestuurder wijst op onjuistheden in het verzoekschrift van de OR en acht het door de OR ingenomen standpunt gezien de aard en omvang van de onderneming buiten proportie. De bestuurder stelt zich op het standpunt dat zijn (voorgenomen) besluit redelijk is en dat op die basis een afspraak gemaakt moet kunnen worden met de OR.     

Advies van de commissie

De bedrijfscommissie stelt allereerst vast dat het betreffende probleem partijen al ruim vier jaar verdeeld houdt. Het probleem is niet uitsluitend gelegen in het aantal voor OR-werk beschikbare uren, maar heeft ook sterk te maken met (een gebrek aan) onderling vertrouwen. Partijen hebben zich beide ingegraven in hun standpunten en vertrouwen elkaar daardoor onvoldoende om zelf met elkaar tot een oplossing te komen. Zoals door partijen ter zitting wordt uitgesproken heeft dit tot gevolg dat aan echte medezeggenschapsonderwerpen nauwelijks nog wordt toegekomen. De bedrijfscommissie betreurt dit. Daarentegen constateerde de bedrijfscommissie tijdens de bemiddelingszitting wel bij beide partijen de bereidheid om gezamenlijk tot een oplossing van het probleem te komen.

Om die reden is ter zitting een poging gedaan om de feitelijke kant van het probleem, te weten de tijd voor overleg en studie, alsmede de ter beschikking te stellen faciliteiten, op te lossen. Het is de overtuiging van de bedrijfscommissie dat de oplossing van dit probleem een noodzakelijke voorwaarde is voor partijen om te kunnen gaan werken aan het herstel van de onderlinge samenwerking en het daarvoor noodzakelijke vertrouwen. Dit laatste aspect kan de bedrijfscommissie niet oplossen in het bestek van deze bemiddeling en daar zal met name door partijen zelf aan moeten worden gewerkt.

Met betrekking tot de verschillende onderdelen van het verzoek heeft de bedrijfscommissie het standpunt van de OR vergeleken met dat van de bestuurder en getracht tot een compromis te komen. Dat is op alle onderdelen gelukt. Het behaalde onderhandelingsresultaat is door beide partijen zowel ter zitting als achteraf geaccepteerd en bevestigd. De bedrijfscommissie heeft partijen geadviseerd de gemaakte afspraken zo spoedig mogelijk schriftelijk vast te leggen. Partijen hebben daar achteraf ook feitelijk gevolg aan gegeven. 

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore