Bemiddelingsverzoek BC Markt I 16.008

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: communicatie, faciliteitenregeling, ernstige belemmering OR-werkzaamheden, kosten, onderlinge verhoudingen, opleiding, OR-faciliteiten, samenwerking OR-bestuurder, vertrouwen

Kern van het geschil

De kern van het geschil is dat de OR op diverse onderdelen weerstand ervaart van de bestuurder, hetgeen de OR belemmert in zijn functioneren. Dit heeft met name betrekking op het aantal uren dat de OR beschikbaar wordt gesteld om zijn werkzaamheden te kunnen verrichten. Daarnaast geeft de OR aan dat hij geen verzoeken om instemming of advies ontvangt en dat hij wordt belemmerd in het kunnen uitoefenen van het initiatiefrecht. Bovendien geeft de OR aan te worden geïntimideerd door een van de bestuurders. De bestuurder bestrijdt het standpunt van de OR dat de directie gestopt is met het vergoeden van de uren voor OR-werkzaamheden.    

Advies van de commissie

De bedrijfscommissie constateert dat het binnen de organisatie op verschillende onderdelen niet goed gaat op het gebied van de medezeggenschap. Zowel aan de zijde van de OR, als aan de zijde van de bestuurder, bestaat onvoldoende kennis over de WOR en de daaruit voortvloeiende rechten en plichten voor zowel de OR als de bestuurder. Hieruit is in de loop der jaren een gebrek aan vertrouwen over en weer ontstaan, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in de kwestie die thans aan de bedrijfscommissie voor ligt. In het advies wordt puntsgewijs ingegaan op de door de OR aangedragen punten. Daarbij wordt uitgelegd hoe de WOR in de betreffende gevallen moet worden uitgelegd en toegepast.

Met betrekking tot de vergoeding voor OR-werkzaamheden wordt daarbij onder meer opgemerkt dat OR en bestuurder, op grond van artikel 18, eerste lid, van de WOR, afspraken moeten maken over het aantal uren dat de OR hieraan kan besteden. Dit aantal kan niet lager liggen dan zestig uren per jaar. Besluiten hierover kunnen niet eenzijdig door een van beide partijen worden genomen. Indien OR en bestuurder er onderling niet uitkomen kan de rechter worden gevraagd om een oordeel te vellen. De bedrijfscommissie adviseert daarom partijen om opnieuw met elkaar in overleg te treden over het aantal te vergoeden uren. Het is verstandig om dit overleg te voeren op basis van onderbouwde standpunten. Om die reden adviseert de bedrijfscommissie de OR om een werkplan op te stellen voor de komende jaren. Uit dit werkplan zal moeten blijken welke activiteiten de OR de komende tijd gaat ondernemen, alsmede wat de daarvoor benodigde tijd zal zijn. Op basis hiervan kan dan op een onderbouwde wijze het overleg met de bestuurder worden gevoerd over de te vergoeden uren. Tevens kan daarbij worden afgesproken dat de gemaakte afspraken over de te vergoeden uren periodiek tegen het licht worden gehouden.

Gelet op hun beperkte kennis van de WOR wordt beide partijen geadviseerd om hierover zo spoedig mogelijk een opleiding te volgen. Idealiter volgen OR en bestuurder een deel van hun opleiding gezamenlijk. Zij kunnen dan onder leiding van een deskundige de problemen waar zij in de praktijk tegenaan lopen gezamenlijk bespreken en werken aan een praktische oplossing. De OR zou zich tijdens zijn opleiding bovendien kunnen laten bijstaan in het opstellen van het hiervoor bedoelde werkplan.  

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore