Bemiddelingsverzoek BC Markt II 16.004

Sector: welzijnssector

TrefwoordenCommunicatie, onderlinge verhoudingen, overlegstructuur, rolverdeling, samenwerking, structuur medezeggenschap, vertrouwen.

Kern van het geschil

Het betreft een intern geschil binnen een OR. Drie leden van de OR vormen samen het dagelijks bestuur (DB) van die OR. Verzoekers zijn leden van de OR die niet in het DB zitten. Zij vinden dat het DB te weinig doet om belangrijke onderwerpen, zoals een klokkenluidersregeling of een ARBO-regeling op de agenda van de OR te plaatsen. Bovendien verwijten zij het DB te veel in overleg te treden met de bestuurder en met hem te nauwe banden te onderhouden. Het DB overlegt vaker met de bestuurder dan met de eigen OR leden. Het DB geeft aan dat er goede redenen zijn waarom de onderwerpen nog niet zijn geagendeerd. Ook ontkennen zij te nauwe banden te hebben met de bestuurder. Het overleg dat zij hebben met de bestuurder zou uitsluitend agenderend en informerend zijn. Op hun beurt verwijt het DB verzoekers dat zij onvoldoende constructief zijn bij de behandeling van onderwerpen. Verzoekers zouden zich te veel op de wet en de procedures beroepen en te weinig bezig zijn met de inhoudelijke kant van onderwerpen die de OR in behandeling heeft. Daardoor wordt vaak veel tijd verloren en zou het in enkele adviestrajecten, waar de OR te maken had met een scherpe deadline, verkeerd zijn gegaan.

Advies van de commissie 

De bedrijfscommissie constateert dat het binnen de OR rommelt. Tussen enkele leden en het DB bestaat een gebrek aan vertrouwen, hetgeen met name wordt veroorzaakt door ongelukkige communicatie. Verzoekers verwijten het DB te veel op eigen houtje te opereren, waardoor zij regelmatig worden verrast en hun OR-werk niet goed kunnen uitvoeren. Het DB daarentegen is van oordeel dat verzoekers belangrijke processen frustreren doordat zij te veel blijven hameren op procedurele aspecten en te weinig ingaan op de inhoud van kwesties. Daarbij wordt volgens het DB door verzoekers te veel de nadruk gelegd op de toepassing van de WOR en te weinig op wat praktisch gezien noodzakelijk is.

Er moeten twee belangrijke hobbels worden gladgetrokken. Enerzijds het frequente overleg tussen het DB en de bestuurder en anderzijds de omstandigheid dat het DB vindt dat verzoekers de besluitvorming binnen de OR soms onnodig frustreren. Tijdens de bemiddelingszitting zijn over het wegnemen van deze hobbels afspraken gemaakt.

Dat het DB iedere twee weken overleg heeft met de bestuurder is binnen de gegeven omstandigheden te veel. De bedrijfscommissie kan zich voorstellen dat bij verzoekers het idee ontstaat dat er behalve agenderend en informerend ook inhoudelijk over onderwerpen wordt gesproken. Dit wordt nog eens versterkt doordat de terugkoppeling van die gesprekken binnen de OR slechts iedere vier weken plaatsvindt. Het DB wordt geadviseerd om gedurende een proefperiode de frequentie van het overleg met de bestuurder te verminderen. Tussen de reguliere overlegvergaderingen zal nog slechts eenmaal overleg tussen het DB en de bestuurder plaatsvinden, in plaats van nu nog twee keer. Dit overleg zal worden voorbesproken in de OR en er zal direct na het overleg een terugkoppeling plaatsvinden. Geadviseerd wordt om het overleg enkele weken voor de overlegvergadering te laten plaatsvinden, zodat het een agenderend karakter krijgt.

Ten aanzien van de tweede hobbel constateert de bedrijfscommissie dat verzoekers zich daadwerkelijk te veel op de procedures en de wet beroepen en te weinig op de inhoud. Dit kan de besluitvorming over onderwerpen soms onnodig ophouden. De wet (de WOR) is weliswaar belangrijk, maar het overleg over de inhoud van onderwerpen is zeker zo belangrijk. Een ondernemingsraad die optimaal functioneert hoeft zelden of nooit een beroep te doen op de wet. De wet geeft richting in geval van conflicten en geeft de OR rechten en plichten. Maar in eerste instantie is het belangrijk dat het gesprek in de OR plaatsvindt over de inhoud, los van wat de wet exact bepaalt. De afspraak wordt gemaakt dat verzoekers zich tijdens de proefperiode uitsluitend op de inhoud van onderwerpen zullen richten en in beginsel niet meer op de wet en de procedures. Pas als er iets dreigt te gebeuren dat nadrukkelijk in strijd is met de wet zal men zich daarop mogen beroepen.

Beide partijen geven ter zitting aan deze adviezen over te zullen nemen.

Ten aanzien van een enkel onderwerp dat in de praktijk niet goed is gelopen krijgen partijen nog concrete tips mee van de bedrijfscommissie hoe zij dat in de toekomst beter zouden kunnen aanpakken. Voorts wordt partijen geadviseerd in de cursus die zij hebben gepland aandacht te besteden aan het voorgelegde conflict en de cursusleider daarbij te informeren over de adviezen van de bedrijfscommissie.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore