Bemiddelingsverzoek BC Markt I 17.002

Sector: detailhandel

Trefwoorden: Instelling OR (art. 2 WOR)uitvoering medezeggenschap

Kern van het geschil

Kern van het geschil vormt de wens van een werknemer dat de organisatie waarin hij werkt een OR instelt. Zijn werkgever is hiertoe op grond van de WOR verplicht, maar is tot dusverre in gebreke gebleven om aan deze wettelijke verplichting te voldoen. De werkgever meent gegronde redenen te hebben om het verzoek vooralsnog niet te honoreren. Er zou daarbij geen sprake zijn van onwil, maar van een gebrek aan animo voor een OR bij de werknemers van de organisatie.

Advies van de commissie

Tijdens de bemiddelingszitting komen partijen tot een afspraak. Afgesproken wordt dat de werkgever binnen drie maanden na de zitting op een gedegen wijze zal onderzoeken of er onder het personeel van de organisatie draagvlak/animo bestaat voor een OR. Dit onderzoek zal plaatsvinden op een manier waar de organisatie goed in is. Te weten door middel van een personeelscampagne, met als mogelijk onderdeel daarvan een enquête. De werkgever heeft ter zitting toegezegd dat zij - mits van voldoende draagvlak is gebleken – daarna ook daadwerkelijk verkiezingen zal uitschrijven.

De bedrijfscommissie heeft partijen meegegeven dat het in het licht van de gemaakte afspraak van belang is dat de personeelscampagne gepaard gaat met duidelijke voorlichting over medezeggenschap, de WOR en de rol van een OR. Het persoonlijk benaderen van medewerkers hierover heeft de voorkeur boven een meer algemene oproep in een personeelsblad. Van de werkgever wordt verwacht dat serieus getracht wordt het personeel te enthousiasmeren voor deelname aan medezeggenschap en zich kandidaat te stellen voor een OR.

De bedrijfscommissie geeft voorts aan de werkgever mee dat het animo onder de medewerkers mede afhankelijk is van de wil van de ondernemer. Het slechts peilen van de animo onder de in de onderneming werkzame personen is volgens de bedrijfscommissie niet voldoende om te blijven beargumenteren dat een OR niet op te richten valt. Het resultaat van een dergelijke peiling zegt immers niet veel over de daadwerkelijke behoefte aan een OR als de cultuur in de organisatie met zich meebrengt dat medewerkers bijvoorbeeld niet voor hun mening uit durven te komen en/of een peiling niet oprecht zullen invullen.

De bedrijfscommissie merkt voorts op dat de werkgever er alles zelf aan kan/moet doen om een zo representatief mogelijke OR te bewerkstelligen. Het is aan de ondernemer om daar keuzes in te maken. Hij heeft de wettelijke verplichting om omstandigheden te creëren waaronder het mogelijk wordt een verkiezing te organiseren.

De bedrijfscommissie heeft er vertrouwen in dat met de gemaakte afspraken partijen een duidelijke stap hebben gezet in de richting van het realiseren van medezeggenschap binnen de onderneming.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore