Bemiddelingsverzoek BC Markt I 17.007

Sector: dienstverlening

Trefwoorden: onderlinge verhoudingen, kosten, samenwerking OR-bestuurdervertrouwen

Kern van het geschil

Binnen een organisatie bestaat een groot gebrek aan onderling vertrouwen tussen de OR en de bestuurder. Dit gebrek aan vertrouwen is mede ontstaan nadat de bestuurder een reorganisatie met gedwongen ontslagen had aangekondigd. De reorganisatie is inmiddels afgewend, maar de OR blijft een gebrek aan vertrouwen houden dat zich zowel op een groot aantal inhoudelijke dossiers manifesteert als in de onderlinge en bedrijfsbrede communicatie. Ook de bestuurder spreekt uit dat hij een gebrek aan vertrouwen heeft in de OR, mede op het terrein van het op prudente wijze omgaan met de kosten voor medezeggenschap. Partijen hopen ter zitting afspraken te kunnen maken om de relatie en samenwerking te verbeteren. .

Verslag van de commissie

Tijdens de bemiddelingszitting constateert de bedrijfscommissie dat partijen een groot gebrek aan onderling vertrouwen hebben, dat onder meer wordt veroorzaakt door en tot uitdrukking komt in:

  • mislukte advies- en instemmingstrajecten;
  • het niet in staat zijn om goede afspraken te maken;
  • onvoldoende kennis over medezeggenschap bij beide partijen;
  • een gebrek aan mandaat bij de bestuurder, veroorzaakt door een eigenaar die in het buitenland gevestigd is en die de feitelijke beslissingsbevoegdheid heeft;
  • het niet naleven van gemaakte afspraken.

Er bestaat daarnaast ook een gebrek aan vertrouwen op het persoonlijke vlak.
Het gebrek aan onderling vertrouwen is zo diep geworteld dat dit in het bestek van deze bemiddeling door de bedrijfscommissie niet zo maar is op te lossen. Een en ander uit zich er bijvoorbeeld in dat hoewel de bedrijfscommissie ter zitting meerdere pogingen onderneemt om te trachten de blik van betrokkenen te verplaatsen van het verleden naar de toekomst, men toch steeds weer terug valt in herhaling van standpunten en verwijten over zaken die in het verleden zijn gebeurd. De bedrijfscommissie kan zich in het licht van deze omstandigheid ook niet buigen over allerlei inhoudelijke dossiers die schriftelijk en mondeling aan de orde zijn gesteld. Partijen zullen eerst moeten gaan werken aan hun onderlinge samenwerkingsrelatie, alvorens zij op een goede manier tot overleg over inhoudelijke onderwerpen kunnen komen. 

Beide partijen hebben heel duidelijk uitgesproken dat zij het belang inzien van het verbeteren van de relatie en de noodzaak en bereidheid om daaraan te gaan werken. Bovendien constateert de bedrijfscommissie dat de randvoorwaarden voor het slagen van een dergelijk overleg en het maken van concrete afspraken voor het verbeteren van de samenwerking ook nadrukkelijk aanwezig zijn.

Ten eerste is van belang dat de onderneming, met het aantrekken van de nieuwe HR manager, iemand in dienst heeft genomen die een goede kennis van en ervaring met het medezeggenschapsrecht heeft. Deze manager kan bestuurder en OR bijstaan in het maken van afspraken over de randvoorwaarden voor de medezeggenschap en kan de bestuurder helpen meer oog te krijgen voor de voordelen die hij uit goede medezeggenschap kan ondervinden. Een tweede factor die kan bijdragen aan het slagen van het overleg is de omstandigheid dat de bestuurder heeft aangekondigd op korte termijn zijn functie neer te zullen leggen. Met een nieuwe bestuurder kan een nieuwe start worden gemaakt en kan men los komen van onderlinge verwijten over handelingen uit het verleden. De bedrijfscommissie adviseert de onderneming in het selectieproces voor de nieuwe bestuurder rekening te houden met diens kennis over en ervaring met medezeggenschap.
Enkel het aantrekken van nieuwe personen is echter niet voldoende. Partijen zullen de komende tijd met elkaar afspraken moeten maken om de randvoorwaarden voor goede medezeggenschap te scheppen. Zo moet er een planning en budget voor de OR komen. Voorts zullen partijen (zowel bestuurder als OR) zich goed moeten laten scholen op het gebied van medezeggenschap en kan het partijen helpen indien zij zich tijdens de besprekingen over het maken van samenwerkingsafspraken en een nieuw OR-reglement laten bijstaan door een externe coach. Ten slotte zullen partijen werkafspraken moeten maken hoe om te gaan met de situatie dat ook de nieuwe bestuurder weer te maken zal krijgen met de buitenlandse eigenaar, waaraan hij verantwoording moet afleggen, c.q. goedkeuring zal moeten vragen voor bepaalde besluiten.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore