Bemiddelingsverzoek BC Markt II 17.002

Sector: Zorgsector

Trefwoorden instemmingsrecht, arbeidstijdenregelingdagvenstergeen ruimte tot bemiddeling

Kern van het geschil

Eind 2015 is met instemming van de OR een urenregistratiesysteem ingevoerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van een elektronische 'prikklok'. Alle apothekers van de keten dienen in- en uit te klokken. In het betreffende urenregistratiesysteem is in september 2016 per individuele apotheker een urenrooster vastgelegd, gebaseerd op de in de onderliggende arbeidsovereenkomst vastgelegde urenverplichting per week. Het conflict betreft specifiek het aan de prikklok gekoppelde urenregistratiesysteem en spitst zich toe op de (groep) apothekers. Partijen verschillen van mening over de bevoegdheden van de OR in deze kwestie.

Advies van de commissie

De bedrijfscommissie heeft de indruk dat beide partijen zich bij de vaststelling van het nieuwe urenregistratiesysteem onvoldoende rekenschap hebben gegeven van de mogelijke gevolgen en complicaties, die bij invoering daarvan zouden kunnen ontstaan. In ieder geval is met betrekking tot de voorgelegde problematiek onvoldoende passend beleid geformuleerd. Momenteel discussiëren partijen over de uitvoering van bestaand beleid. Naar de visie van de bedrijfscommissie heeft de OR daarover geen formele rechten. Dat gezegd hebbende brengt goede medezeggenschap met zich mee dat wanneer de uitvoering van vastgesteld beleid in de praktijk voor een relevante groep medewerkers tot een probleem leidt, OR en bestuurder samen zouden kunnen/moeten nadenken over een passende oplossing.

Een mogelijke oplossing zou kunnen worden gevonden in het blijven werken met het huidige prikkloksysteem, maar deze in te passen in een dagspiegel c.q. arbeidstijdenkader, dat door beide partijen zal moeten worden afgesproken en dat alleen zal gelden voor de groep apothekers. Zo’n dagspiegel kent een minimale en maximale eindtijd waarbinnen medewerkers (in dit geval gaat het dan uitsluitend om de apothekers) hun werkzaamheden voor de organisatie kunnen verrichten. Als voorbeeld zou daarbij kunnen worden gedacht aan de werktijden tussen 7.30 en 19.00 uur, maar ook andere werktijden zouden daarbij mogelijk zijn, bijvoorbeeld ten behoeve van avond- en/of weekendopenstelling. Binnen zo’n dagspiegel kunnen dan de uren worden ingevuld die volgens het contract zijn overeengekomen.

De bedrijfscommissie realiseert zich dat bovenstaande suggestie onverlet laat de situatie waarbij een apotheker werkzaamheden verricht buiten de betreffende dagspiegel. Voor eventuele compensatie c.q. verrekening van uren daarvoor blijft de huidige praktijk ongewijzigd.

In tegenstelling tot het huidige systeem zou een dergelijke dagspiegel, vanwege zijn bandbreedte, wel meer ruimte c.q. autonomie voor de individuele apothekers om hun werkzaamheden te verrichten kunnen creëren. Het systeem wordt derhalve minder ‘rigide’ en creëert meer flexibiliteit. Binnen de dagspiegel en de maximale arbeidsduur is de medewerker vrij in het bepalen van de aankomst-, vertrek- en pauzetijd. Uiteraard dienen partijen rekening te houden met de Arbeidstijdenwetgeving.

In het verlengde van het voorgaande adviseert de bedrijfscommissie partijen om samen een regeling af te spreken hoe om te gaan met de verrekening van de min- en plusuren. Daar moeten concrete afspraken over gemaakt worden. De bedrijfscommissie geeft partijen in overweging om voor dit traject gebruik te maken van externe deskundige begeleiding.

Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.

powered by sitecore